Wat noemen wij beschaving? Is het de hoogte van onze gebouwen, de snelheid waarmee we ons verplaatsen, de complexiteit van onze machines? Of schuilt beschaving ergens dieper, op een plek die niet meetbaar is in staal, beton of data? In een tijd waarin vooruitgang vaak wordt verward met vernieuwing en modernisering wordt opgevoerd als morele maatstaf, is het volgens Gulen noodzakelijk om stil te staan bij een fundamentele vraag: wordt de mens werkelijk beschaafder naarmate zijn middelen toenemen, of raakt hij juist verder verwijderd van zichzelf?
Vroeger verstond men onder beschaving het samenleven van mensen die zich verenigden rond menselijke gevoelens en gedachten, en die leefden met het besef van hun mens-zijn – of dat nu in een dorp, een kleine stad of een grote stad was.
De mens is van nature geschapen als een wezen dat ontvankelijk is voor beschaving. Sinds hij tot bestaan kwam, heeft hij in zekere mate steeds iets van beschaving gekend. Maar in de ware zin van het woord is hij pas beschaafd wanneer dit tot uiting komt in zijn gevoel, zijn denken, zijn gewaarwording en zijn wilskracht.
Zeker, er zullen er zijn die beschaving menen te zien in duizelingwekkende industriële successen en in vernieuwingen op technisch en technologisch terrein; in treinen, trans-Atlantische oceaanlijners, vliegtuigen en ruimtevaartuigen; in grote steden, brede boulevards en hoge gebouwen; in dammen, gigantische platforms, raffinaderijen en kerncentrales. Maar hoezeer deze dingen – voor zover zij samengaan met menselijke gevoelens en denken – ook kunnen bijdragen aan een welvarend bestaan, zij kunnen geenszins worden gerekend tot de wezenlijke grondslagen van beschaving.
“.. men kan zo’n bestaan modern noemen. Maar dat betekent nog niet dat de mens daardoor werkelijk beschaafd wordt.”
Met ruime mogelijkheden en moderne middelen kan het aanzien van het leven wel veranderen, en men kan zo’n bestaan modern noemen. Maar dat betekent nog niet dat de mens daardoor werkelijk beschaafd wordt. Beschaving is als een klimaat, een omgeving die de ontplooiing van menselijke aanleg en vermogens bevordert. De beschaafde mens is degene die in zo’n omgeving, in zijn gevoel en denken, rijpt en zich ontwikkelt – en die, met de verheven gevoelens die daaruit voortkomen, ten dienste treedt van de samenleving.
Daarom moet beschaving, als een spirituele en verstandelijke werkelijkheid, niet gezocht worden in rijkdom, weelde, paleizen of hoge appartementen; evenmin in productie en consumptie die voortkomen uit de afgronden van lichamelijke begeerte. Zij moet gezocht worden in het domein van het menselijk intellect, waar zaken als visie en denkwijze hun oorsprong vinden.
Door de tijd heen hebben sommigen beschaving gezocht in de overvloed en modernisering van middelen die de welvaart bevorderen, en hebben zij uit naam van beschaving de massa’s steeds in die richting gewezen. Na zoveel verloren tijd, na al die vergeefse levens die achter ons liggen: moest beschaving niet gezocht worden in de geest, in haar vervolmaking en in de vernieuwing van de mens zelf?
Kortom: met het besef dat beschaving geen gewaad is dat men eenvoudig aantrekt, moet zij worden opgevat binnen het samenspel van tijd, omstandigheden en mens; langzaam, behoedzaam, met oog voor de voorwaarden en met het geduld dat de groei van de mens vergt. Zij moet langs een redelijke en verstandige lijn worden doordacht en tot ideaal gevormd – en het volk mag daarbij niet worden misleid.
Beschaving is niet modernisering
Beschaving is iets anders dan modernisering. In het eerste geval vernieuwt de mens zich in zijn opvattingen, in zijn denktrant en in zijn menselijkheid; in het tweede veranderen slechts zijn lichamelijke genoegens en de middelen en mogelijkheden van het leven.
Toch zijn hele generaties door begripsverwarring misleid. Door woorden en begrippen steeds verkeerd te gebruiken, raakten eerst de manier van uitdrukken en het denken ontwricht. Daarna, toen verwrongen denkbeelden zich in de geesten nestelden, raakten geloof, taal, filosofie, moraal en cultuur verdraaid en uitgehold. Sommigen die beschikten over technische mogelijkheden en moderne middelen – of beter gezegd: de ‘halfverlichte’ kringen binnen elk volk – achtten zichzelf beschaafd en de ander onbeschaafd, en begingen zo, in naam van beschaving en cultuur, de zwaarste zonde die de geschiedenis niet zal vergeven.
Zoals beschaving iets anders is dan het verhogen of moderniseren van de levensstandaard, zo verschilt scholing wezenlijk van ware verlichting. Er zijn velen die, zonder formele opleiding, werkelijk verlicht zijn; en niet minder velen die, ondanks hun scholing, met een vernauwde visie en een beperkte denkwijze blijven.
Begripsverwarring kan soms generaties lang een volk misleiden. Er zijn veel plekken waar het jarenlang zo is gegaan: waar men de waarheid op haar kop zet en het goede kwaad noemt en het kwade goed; waar onrecht zich tooit met de schijn van rechtvaardigheid, en ‘rechtvaardigheid’ als etiket voor onderdrukking dient; waar duistere zielen zich opwerpen als verkondigers van het licht, terwijl de ware verlichte door iedereen wordt verstoten – en niemand lijkt te merken dat men zoals een krab zijwaarts schuifelt, in de waan vooruit te gaan.
Tot ware verlichting komen
Dat een samenleving tot verlichting komt en zich in denken, verbeelding, overtuiging en uitdrukking bevrijdt van verwarring, hangt af van de aanwezigheid van werkelijk verlichte geesten.
Verlicht zijn mag niet worden verward met geschoold zijn. In een samenleving kunnen mensen leven die zich hebben bekwaamd in uiteenlopende wetenschappen, en meesters die uitblinken in kunst en ambacht. Maar dat een samenleving werkelijk tot verlichting komt, berust niet op natuurkundigen, chemici, wiskundigen of ingenieurs, maar op mensen die hun tijdsgeest doorgronden; die de horizon van hart en geest hebben bereikt, en die met wil en verstand tot waarachtig bestaan zijn gekomen – de waarlijk verlichten, sterk van wil.
Geïnspireerd door een bries uit hogere sferen, bewerken zij de waarheden die in hun ziel zijn geënt, tot in hun hart een onuitblusbare bron van licht opwelt. Vandaaruit zenden zij onophoudelijk hun boodschap naar hun omgeving, openen en verlichten zij de wegen die leiden naar een vernieuwde samenleving, en schenken zij aan de cultuur nieuwe dimensies – dat zijn de waarlijk verlichten, sterk van wil..
Beschaving en samenleving zijn het resultaat van hun inspanning; en zijzelf van een samenleving die juist denkt, zuiver gelooft en geworteld is in haar eigen waarden.
Elke nieuwe beschaving verrijst uit een hernieuwde bezieling van liefde en geloof. Waar die liefde en dat geloof ontbreken, blijft van beschaving geen spoor. En waar in een samenleving dit geloof en deze geestdrift ontbreken, en despotische ingrepen de ontplooiing van talenten smoren, kan zelfs de wetenschap – al zou zij de hemel doorreizen – de horizon van ware beschaving niet bereiken. In zo’n klimaat zijn zelfs die paar tekenen van beschaving die er toch ontstaan, vroeg of laat gedoemd te verwelken en te verdwijnen.
Als in een samenleving de massa’s leven zonder geloof, zonder liefde en zonder verantwoordelijkheidsbesef; als zij niet weten wie zij zijn, waar zij leven en waarvoor zij leven – dan kan men niet zeggen dat die samenleving beschaafd is, al zou alles daarin worden vernieuwd, al zouden de instellingen worden hervormd, de levensstandaard worden verhoogd en iedereen in kleding en uiterlijk veranderen en moderniseren. Want, zoals herhaaldelijk is gezegd: beschaving is een verstandelijke en geestelijke werkelijkheid; als zodanig heeft zij absoluut niets te maken met wetenschap en techniek, kleding en uiterlijk, meubels en luxegoederen, auto’s en villa’s.
Als beschaving daarmee te maken had, dan zouden we een mens in enkele maanden en een samenleving in enkele jaren kunnen ‘beschaven’. Maar, helaas! Dat wij na al die modernisering op het vlak van ons geestelijk leven geen stap vooruit zijn gekomen, is het duidelijkste en pijnlijkste bewijs dat blindelings volgen geen beschaving voortbrengt.
Het merkwaardige is dat een deel van de intelligentsia in zogenaamd ‘achtergebleven landen’ deze onmogelijkheden voorstelde als mogelijkheden, zo brede lagen van de bevolking misleidde, en bepaalde moderniseringsslagen probeerde af te schilderen als een sprong naar beschaving. In werkelijkheid was al die modernisering – die tegenwoordig door restanten van koloniaal denken nog steeds als beschavingssprong wordt gepresenteerd – destijds door koloniale machten in gang gezet met een heel ander doel: de wegen naar echte beschaving afsluiten en de fundamenten van werkelijke beschaving onwerkzaam maken. Door aanvallen op religie, taal en denkwijze wilde men een ontwortelde mentaliteit in de plaats stellen. Of zij daarin zijn geslaagd, laat ik hier buiten beschouwing; maar degenen die zich in eigen land van hun eigen waarden afkeerden, brachten alles wat de koloniale machten wensten maar niet konden realiseren zo volmaakt tot stand, dat zelfs met honderd legers dit niet zo grondig had gekund. En dat ook nog op zo’n manier dat het geen verzet opriep.
Toch heeft het volk zich de afgelopen jaren geschaard rond zijn eigen geestelijke identiteit en is het, met het oog op de opbouw van zijn eigen beschaving, een van de meest omvangrijke en gedreven bewegingen van de laatste één à twee eeuwen begonnen. Daarmee zijn de plannen en denkbeelden van zowel de koloniale machten als van onze eigen blindelingse volgers van hen volledig overhoop gehaald. Nu rust op de generaties die de toekomst op hun schouders dragen de taak dit werk voort te zetten en hun eigen beschaving te behoeden – met een krachtig geloof, een onuitputtelijke vastberadenheid en een niet te keren wil.
📖 Bron: Sızıntı, Ağustos 1985, Cilt 7, Sayı 79
🇹🇷 Türkçe: https://fgulen.com/tr/eserleri/yitirilmis-cennete-dogru/Medeniyet-veya-Mefhum-Kargasasi
