Liefde is een levenselixer. De mens leeft van liefde, wordt gelukkig door liefde en maakt anderen gelukkig dankzij liefde. In het woordenboek van de mensheid is liefde ons leven. Met liefde voelen wij elkaar aan en verstaan wij elkaar werkelijk. God heeft geen sterkere band geschapen om mensen met elkaar te verbinden dan liefde; zij is de keten die ons samenhoudt. Zonder liefde is de wereld niet meer dan een vervallen ruïne; het is liefde die haar fris en levend maakt.
Djinns en mensen hebben hun vorsten, bijen, mieren en termieten hun koninginnen, en elk van hen wordt gekozen en bestijgt de troon op een eigen manier. Maar liefde strijdt niet om een troon en heeft geen verkiezing nodig; zij zetelt al in het hart. Onze woorden, onze blikken en ons luisteren krijgen pas waarde als ze van liefde getuigen. Maar liefde zélf is kostbaar, puur om wie zij is. Het hart, als troonzaal van de liefde, krijgt door haar een waarde die alles overstijgt. Waar de vlag van de liefde wappert, worden burchten zonder strijd gewonnen. En zelfs de machtigste koningen veranderen, waar de soldaten van de liefde komen, in nederige dienaren van haar leger zodra zij door liefde worden geraakt.
Waar de vlag van de liefde wappert, worden burchten zonder strijd gewonnen.
Wij zijn grootgebracht in een wereld waarin liefde voor onze ogen zegeviert, waar haar aanwezigheid weerklinkt als de muziek van trommen en pauken in onze oren. Onze harten slaan altijd sneller wanneer haar vlag zich ontvouwt in de wind. Zo diep zijn wij met liefde verweven, dat uiteindelijk ons hele bestaan erdoor wordt gedragen en onze geest zich aan haar heeft toevertrouwd.
Als wij leven, leven wij in liefde; en wanneer onze ogen sluiten, is zij nog altijd bij ons. We voelen haar in elke ademtocht, in heel ons wezen. Ze is onze warmte als het koud is, onze verfrissing in de hitte. In onze inspanning klinkt het ritme van haar trom, en in onze rust verandert zij met haar fanfare de stilte in een feest.
Liefde als eeuwige waarde
Als er íets zuiver is gebleven in deze buitengewoon vervuilde wereld, waar het kwaad in duizend gedaanten rondwaart, dan is het wel de liefde. En als er, te midden van alles wat verwelkt en verbleekt, één schoonheid is die haar glans en aantrekkingskracht niet verliest, dan is het opnieuw de liefde.
Geen volk en geen samenleving kent iets dat oprechter of blijvender is dan zij. Waar haar stem klinkt, zachter en warmer dan het tederste wiegelied, verstommen alle andere geluiden. De instrumenten vallen stil en keren met hun mooiste klanken terug naar een innerlijke contemplatie van de stilte.
Het bestaan is geboren uit Gods wil om gekend en gezien te worden, een wil waarvan de lont werd ontstoken aan de vlam van de liefde. Zonder die scheppende liefde van de Waarachtige zouden de maan, zon en sterren er niet zijn. Het universum is een liefdesgedicht, en de aarde vormt daarvan het slotrijm. In het boek van de natuur en de kringloop van het leven klinkt voortdurend de volle ademtocht van liefde. Ook in de omgang tussen mensen blijft haar vaandel wapperen.
Het bestaan is geboren uit Gods wil om gekend en gezien te worden, een wil waarvan de lont werd ontstoken aan de vlam van de liefde.
Als er onder mensen één waarde is die haar kracht nooit verliest, dan is het liefde. En haar waarde ligt in haarzelf besloten. Zelfs het zuiverste goud legt minder gewicht in de schaal dan liefde. Goud en zilver kunnen op markten en beurzen hun waarde verliezen, maar liefde blijft gesloten voor elke vorm van waardeverlies.
Geen enkele kracht van buitenaf kan haar innerlijke harmonie verstoren. Alleen wie zich volledig heeft afgesloten in haat, wrok en vijandschap, heeft zich ooit tegen liefde verzet of haar bestreden. Maar het enige dat zelfs zulke monsterlijke harten kan verzachten, is naar mijn mening het elixer van liefde.
Er zijn veel problemen die geld niet kan oplossen, en deuren die voor alles gesloten blijven behalve voor de mystieke sleutel van liefde. Niets in deze wereld kan de liefde weerstaan of met haar wedijveren. De heersers van goud, zilver, deviezen, cheques en promessen, de grootmachten van geld en bezit, lijken vaak indrukwekkend, maar vroeg of laat verliezen ze allemaal, in bijna elke marathon, hun kracht tegenover de toegewijden van de liefde. Hun rijkdom raakt, ondanks al hun lawaai, kabaal, show en praal, uitgeput, hun glans verbleekt, hun handel is opgedroogd en hun vlammen doven. Maar de vlam van de liefde blijft altijd helder branden en verspreidt haar licht in alle harten en zielen.
De zachte overwinning van liefde
Zij die zich met hart en ziel hebben toegewijd aan de school van liefde, die hun leven wijden aan het beoefenen van liefde, zijn werkelijk bevoorrecht. In hun wereld is geen plaats voor haat, geen ruimte voor woede, wrok of samenzwering. Zelfs als hun leven wordt bedreigd, zullen zij nooit kiezen voor vijandschap. Hun hoofd buigt alleen voor de liefde, altijd in eerbetoon; enkel zij kan hen tot handelen bewegen.
En vooral wanneer zij als volbloeden van liefde in beweging komen, gedreven door haar kracht, trekt haat zich terug in de schaduw, verteert woede zichzelf, raakt wrok verstikt in zijn eigen bitterheid en keert het complot zich als een strop om de nek van wie het beraamde.
Als er één magische kracht is die tot op heden de gevaarlijkste plannen van de Satan telkens weer ongedaan heeft gemaakt, dan is het wel de kracht van liefde. Zoals profeten het vuur van haat en woede, aangestoken door farao’s, Nimrods en tirannen, blusten met de paradijsrivieren van de liefde, zo brachten alle bezielde mensen, gedragen door dezelfde kracht, verdeelde, ongedisciplineerde en opstandige zielen opnieuw bijeen. Als bladzijden van een uiteengevallen boek werden zij opnieuw samengebonden tot één verhaal van menselijkheid.
Maar de kracht van liefde reikt verder dan enkel menselijke verdeeldheid: zij verbreekt steeds zelfs de diepste betovering van Hārūt en Mārūt. Sterker nog, zij is zelfs in staat om het vuur van de hel te doven. Wie de liefde als wapen draagt, heeft daarom, meen ik, geen andere wapens meer nodig. Ja, liefde is zo sterk dat zij uit de loop geschoten kogels, zelfs kanonskogels krachteloos maakt.
Zelfkennis als poort tot liefde
Om werkelijk van mensen te houden, ons verbonden te voelen met onze omgeving, de mensheid lief te hebben en zelfs met mededogen de hele schepping te omarmen, moeten we allereerst onszelf vinden en leren kennen. Pas als we ons eigen wezen doorgronden en de diepte van onze ziel ontdekken, wordt onze band met God zichtbaar.
Hoe beter we onze eigen innerlijke diepten en verborgen schatten leren kennen, des te meer zullen we beseffen dat anderen dezelfde rijkdommen in zich dragen. Vanuit dat besef, dat we allen uit dezelfde oorsprong voortkomen en eenzelfde innerlijke verbondenheid delen, leren we elk mens, elk schepsel met nieuwe ogen zien, anders aanvoelen en anders waarderen, ter wille van ieders verhouding tot de Schepper en uit waardering voor de schatten in ieders wezen.
Onze waardering en ons respect voor elkaar hangen eigenlijk nauw samen met het herkennen van deze verborgen en opgesloten schatten in onszelf én in de ander.
Zoals de profeet Mohammed (vrede en zegeningen zij met hem) heeft gezegd: “De gelovige is de spiegel van de gelovige.” Die wijsheid kunnen we zelfs breder trekken: “De mens is een spiegel voor zijn medemens.”
Wie zichzelf werkelijk leert kennen, herkent door de lens van de juwelen in zijn eigen diepte ook de diepten, grootsheid en rijkdom van de ander, en beseft dat alles wat we bewonderen in anderen, in wezen een geschenk is van God. Want alle schoonheid, pracht, goedheid, liefde en betrokkenheid in het universum behoren toe aan Hem. Een geest die deze diepten aanvoelt, begrijpt de taal van het hart. Rūmī, de dichter van de liefde, gaf daaraan woorden in zijn bekende uitnodiging:
Kom, kom, sluit je bij ons aan.
Wij zijn mensen van liefde, ons hart bij de Ene.
Kom, treed door de poort van liefde binnen,
neem plaats in ons huis en rust aan onze zijde.
Laten we van hart tot hart spreken,
verborgen voor al wat hoort of ziet.
Zoals rozen stil bloeien zonder lippen,
zoals gedachten elkaar ontmoeten zonder stem,
laten wij elkaar woordeloos verstaan.
Zijn we niet één?
Laat dan ons hart zonder tong of lip spreken.
Onze handen zijn al verstrengeld;
laat ons bij dit mysterie verwijlen.
Hand en voet, hart en ziel begrijpen zwijgend meer:
zwijg dan, en laat onze bevende harten elkaar ontmoeten.
Eenheid in verscheidenheid
De diepgang van gevoel en de rijkdom aan menselijke verbondenheid die wij kennen, vind je niet terug in het Griekse, Romeinse of moderne westerse denken. Volgens de islamitische traditie is nagenoeg ieder mens een unieke manifestatie van dezelfde goddelijke essentie; wij zijn als verschillende facetten van één werkelijkheid.
Mensen die zich verbinden rond gedeelde waarden (het geloof in één God, de gezamenlijke profeten, een gedeelde taal, cultuur of land) zijn, in de woorden van de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem), als de ledematen van één lichaam. Handen wedijveren niet met voeten, tong en lip zoeken geen verwijt bij elkaar, ogen oordelen niet over oren, en het hart twist niet met het verstand.
Als wij werkelijk delen zijn van hetzelfde lichaam, waarom zouden we dan, met een scheve blik die één als twee ziet, verdeeldheid zaaien waar juist eenheid mogelijk is? Waarom zouden we de verbondenheid tussen ons ondermijnen die van deze wereld een paradijs zou kunnen maken en ons de poorten van het ware Paradijs wijd zou kunnen openen, zodat we er welkom worden geheten?
Waarom zouden we verdeeldheid zaaien waar juist eenheid mogelijk is?
Als saamhorigheid en eenheid de weg zijn waarop Gods zegen rust, wat hebben deze tweespalt en verdeeldheid dan nog voor betekenis?
Wanneer zullen we eindelijk de gevoelens en gedachten die ons van elkaar vervreemden, uit onze geest loslaten, en elkaar opnieuw met open armen tegemoet treden?
Ieder mens verschilt van de ander in karakter, in temperament. Evenzo bestaan er talloze wegen naar God, zo talrijk als de ademtochten van alle schepselen. Iedereen hecht zich aan zijn eigen inzicht en zijn eigen uitleg, volgt zijn eigen koers, steekt zijn eigen brug over en stijgt langs zijn eigen trap omhoog, en bereikt via zijn eigen wenteltrap de toppen die hij bereiken zal. Iedereen wordt geraakt door een andere melodie, een ander instrument.
Maar juist in die verscheidenheid streven we samen naar één doel: dat God tevreden is over ons, en dat deze wereld een paradijs mag worden. De ruimte is zo wijd, het pad ligt open voor iedereen. Waarom dan die verdeeldheid? Wie anders wint erbij, behalve zij die niets liever doen dan onze verdeeldheid en vijandschap uitbuiten?
Ik wil mijn gedachten over dit onderwerp graag afsluiten met de mooie woorden van een van onze dichters:
Man en vrouw, jong en oud, boog en pijl: ieder zoekt zijn paar,
want niets in de wereld staat op zichzelf: alles is met elkaar.