Vandaag de dag zien we dat de islam er aan de ene kant van beschuldigd wordt een ‘religie van geweld’ te zijn, en aan de andere kant dat moslims door allerlei provocaties gedwongen worden te reageren op een manier die deze beschuldigingen als het ware bevestigen. Vooral via de massamedia bereiken beledigingen, aanvallen en opruiingen tegen heilige zaken al snel een breed publiek, met als doel om emotionele reacties bij moslims uit te lokken. Helaas kunnen sommige moslimgroepen, door tegenover deze provocaties van tijd tot tijd reactief te handelen, zich laten gebruiken voor het negatieve beeld dat men van de islam wil scheppen. Daarom moeten we nadrukkelijk stilstaan bij de vraag welke houding moslims in dit soort situaties horen aan te nemen.
Allereerst mag een historisch feit niet uit het oog worden verloren: net als de eerdere, door God gezonden godsdiensten kreeg ook de islam vanaf het eerste moment te maken met diverse aanvallen en pogingen tot onderdrukking. Vanaf de eerste eeuw van de islam is er nooit een tekort geweest aan plannen om moslims aan te vallen en uit te roeien. Dat de islam sterker werd, een breed publiek bereikte en de mensheid een nieuw levensperspectief bood, wekte in allerlei kringen met verschillende overtuigingen, culturen en beschavingen ernstige onrust, en daarom heeft men de islam in de loop van de geschiedenis vele malen onder druk willen houden en buiten spel willen zetten.
Een belangrijk deel van deze strijd speelde zich af tegen machten die in die tijd de westerse wereld vertegenwoordigden. Al tijdens het leven van de Geliefde Profeet ﷺ vonden gebeurtenissen plaats zoals de Slag bij Muʾtah en de veldtocht naar Tabūk; daarna volgden de Slag bij Yarmūk en, in latere perioden, de kruistochten. Dit alles behoort tot de belangrijke voorbeelden van de strijd die moslims door de geschiedenis heen met verschillende machten hebben gevoerd. Doordat het Nieuwe Testament geen bepalingen over oorlog en vrede bevat, beslisten bestuurders en bevelhebbers zelf hoe er oorlog gevoerd werd; dat heeft in verschillende periodes van de geschiedenis tot grote wreedheden en onderdrukking geleid.
Toch betekent het erkennen van vijandige houdingen tegenover de islam niet dat alle mensen over één kam geschoren mogen worden. Ook de Koran generaliseert bijvoorbeeld niet wanneer hij zich uitspreekt over de Mensen van het Boek. Hij bekritiseert wat verkeerd is en prijst tegelijk wie oprecht en deugdzaam is.1 Daarom dient men vandaag de dag rekening te houden met het bestaan van kringen die vooroordelen en vijandschap tegen moslims koesteren; maar tegelijk mag niet vergeten worden dat er ook mensen zijn, van verschillende godsdiensten en culturen, die zich houden aan de beginselen van recht en billijkheid en aan wederzijds respect. Anders wordt men óf nalatig met de nodige voorzorgsmaatregelen, óf drijft men mensen die eigenlijk vrienden hadden kunnen zijn, onterecht in de rol van vijand.
De beweringen van sommige kringen dat de islam een religie van oorlog of van het zwaard zou zijn, komen niet overeen met de historische en godsdienstige werkelijkheid. We zien in de Koran en de soenna dat vrede en verzoening in de islam het uitgangspunt vormen. Oorlog is een uitzondering, waartoe alleen in geval van noodzaak mag worden overgegaan. De Edele Koran gebiedt moslims zelfs te midden van oorlog een vredelievende houding aan te nemen zodra de tegenpartij in die richting beweegt.2 De islam verlangt dat oorlog binnen morele en juridische grenzen wordt gevoerd, en laat de zaak niet over aan de willekeur van bestuurders. Daarom mogen moslims zich zelfs onder de zwaarste oorlogsomstandigheden niet schuldig maken aan onderdrukking, buitensporigheid, tomeloosheid of marteling. Uiteraard, wanneer de vijand voor de poort staat, zal een mens heldhaftig strijden om zijn godsdienst, zijn land en zijn waarden te beschermen, met gevaar voor eigen leven. Maar zelfs op zo'n kritiek moment zal hij niet buiten de door de godsdienst gestelde grenzen treden, en zal hij geen concessies doen aan zijn eigen moraal en karakter.
Deze basisprincipes gelden vandaag de dag ook bij de provocaties die gericht zijn tegen wat moslims heilig is. Gebeurtenissen als het verbranden van de Koran, aanvallen op gebedshuizen of het beledigen van godsdienstige waarden kwetsen vanzelfsprekend het hart van een moslim en brengen hem van streek. Maar juist op dit punt hebben we verstand, wijsheid en inzicht nodig als gids, niet onze emoties. Als moslims bij dit soort gebeurtenissen meteen in woede ontsteken, zelf de rekening willen vereffenen met wie zich zulke grofheden veroorlooft, of de heilige zaken van anderen beledigen, dan belanden zij, terwijl ze eigenlijk gelijk hebben, zelf in het ongelijk en spelen zij de provocateurs in de kaart. Wie laat zien gemakkelijk te provoceren te zijn, zal zien dat kwaadwillenden die zwakte gebruiken om nog grotere provocaties te veroorzaken. Zo val je, terwijl je onschuldig bent en in je recht staat, terug in het ongelijk, en sta je wereldwijd te boek als voorstander van geweld. Terwijl je in werkelijkheid streeft naar vrede en veiligheid in de wereld, word je door deze onevenwichtige reactie gezien als iemand die voor onrust zorgt.
Onze godsdienst, onze waarden, ons boek en onze Profeet ﷺ zijn voor ons uiterst kostbaar en heilig, en vormen daarmee tegelijk onze tere punten. Liever verdragen we allerlei ontberingen dan dat zij worden aangetast. Maar deze gevoeligheid mag ons niet aanzetten tot buitensporig gedrag. Integendeel, een moslim moet de gevolgen van elke stap die hij zet overwegen. Hij moet erop letten hoe de houding die hij aanneemt van invloed zal zijn op zijn godsdienst, zijn gemeenschap en de waarden die hij vertegenwoordigt.
Een moslim moet zich, ook al worden zijn heilige zaken aangevallen, hoe dan ook houden aan godsdienstige, morele en juridische regels. Sterker nog, we moeten de kwestie tegenwoordig breder bekijken, en daarbij ook de internationale praktijk en de universele menselijke waarden meewegen. Op zulke provocaties horen wij niet langs eigen weg te antwoorden; we dienen de zaak voor te leggen aan de bevoegde instanties. Daarnaast kunnen we dit soort aanvallen aankaarten, ze publiekelijk te veroordelen, de bescherming van het heilige op verschillende plekken bespreekbaar maken, en daarbij de steun van de publieke opinie winnen.
Soms blijven aanvallen op islamitische waarden en op moslims niet beperkt tot enkelingen, maar kunnen ze georganiseerd worden uitgevoerd door een heel land of een hele samenleving. Ook in zulke gevallen moeten we, in plaats van impulsief en reactief, bedachtzaam te werk gaan en rationele stappen zetten die een grotere kans van slagen hebben. Indien nodig kan de zaak worden voorgelegd aan internationale rechtbanken of op de agenda van de betreffende organisaties worden gezet. Wanneer dat geen resultaat oplevert, kunnen legitieme middelen als protest, boycot en embargo worden overwogen.
Wat er ook gebeurt, bij alle reacties die wij op dit soort aanvallen en provocaties geven, dient erop gelet te worden dat ze overeenstemmen met de geest van de godsdienst. Woede-uitbarstingen, geweldsvertoon, alles kort en klein slaan, het beledigen van wat anderen heilig is en soortgelijk gedrag zijn niet te verenigen met de kern van de islam, noch met het karakter van een moslim. Dit soort houdingen voorkomt geen aanvallen, maar kan de aanvallers juist verder opstoken. Bovendien werken buitensporige reacties vaak de doelen van de provocateurs in de hand, en schaden ze het aanzien van de islam. En dat terwijl de islam een groot goed is dat aan miljoenen mensen toebehoort. Miljoenen mensen hebben er alles voor over gehad en het aan ons toevertrouwd. Daarom heeft niemand het recht om met buitensporig en onbezonnen gedrag schade toe te brengen aan de godsdienst.
Kortom, wanneer moslims een redelijke, evenwichtige, wettige en principiële houding aannemen die bij hun godsdienst past, kunnen zij de steun winnen van mensen van verschillende godsdiensten en culturen. Zelfs kringen die op afstand staan van religie kunnen, omdat het hier gaat om geloofsvrijheid en fundamentele mensenrechten, de moslims gelijk geven. Zo verdedigen moslims niet alleen wat hun heilig is, maar leveren zij ook een belangrijke bijdrage aan het wegnemen van de negatieve vooroordelen die men over de islam wil kweken.