De diepten in onszelf (2)

De diepten in onszelf (2)-min

Wat maakt ons werkelijk mens? In een wereld die steeds meer draait om nut, winst en productie, lijkt het spirituele en morele besef van de mens naar de achtergrond verdrongen. In deze diepgravende tekst onderzoekt Fethullah Gülen de gevolgen van een materialistisch mensbeeld, en toont hij hoe we onze innerlijke waarde kunnen herontdekken. Juist nu, in tijden van morele verwarring en technologische overdaad, is zijn boodschap verrassend actueel.

Werelden rusten in jouw binnenste, hemelen zijn in jou opgeborgen.”

Mehmet Akif Ersoy (1873-1936), Turkse dichter

Wanneer de mens enkel vanuit zijn lichamelijke dimensie wordt benaderd en in zijn stoffelijke vorm wordt bekeken, dan verschijnt alle vooruitgang van de mensheid – van het eerste protoplasma tot vandaag – louter als een biologische ontwikkeling. Zo’n denkwijze dwaalt rond in de valleien van het transformisme, sluit een verbond met de evolutieleer, en reduceert de mens tot het niveau van het dier. Zij zoekt hem onder de dieren en maakt van de antropologie niets meer dan een stalreglement. 

De mens tot dier gereduceerd

Wanneer de mens zichzelf als een dier onder de dieren beschouwt, zullen zijn hoogste idealen en waarden beperkt blijven tot nut, genot, vermaak en eigenbelang – oftewel, een dierlijke vorm van geluk.

Dus zullen de activiteiten die dit nut dienen, de technologie die dit plezier mogelijk maakt, en de middelen die deze lichamelijke welvaart ondersteunen, bovenaan zijn waardenhiërarchie komen te staan. Zo ontwikkelen zij zich sneller dan al het andere en gaan alles voorbij.

In zo’n waardenstelsel – of beter gezegd, waardenchaos – is het lastig diepzinnige denkers, vastberaden wetenschappers of toegewijde kunstenaars  voort te brengen.  En wie zich tóch weet te ontwikkelen, ziet zich vaak genoodzaakt te buigen voor personen of instellingen in machtsposities; of komt in een afhankelijkheidspositie terecht. Onze recente geschiedenis laat deze tendens pijnlijk zien.

Een beschaving zonder ziel

Niemand zal vandaag nog ontkennen dat wat ons het meest kwelt, het materialisme is dat onze moderne samenleving doortrekt. We hebben onze wetenschap gegrond op aannames die door het naturalisme zijn verkleurd; we hebben in de beeldende kunst en de literatuur veel van ons erfgoed afgebroken en er overal een zweem van lichtzinnigheid en leegte doorheen laten waaien; we hebben sociale instituties die ons eeuwenlang als een hecht bouwwerk hebben gedragen, tot in hun fundamenten doen wankelen; we hebben bestuur en politiek veranderd in een arena van leugen en misleiding; en we hebben het gezin en het maatschappelijke weefsel aangetast.

Alles bij elkaar heeft dit kluwen van crises de mensheid meer gekost dan gebracht. En ook wij, sinds de dag dat wij ons aan deze koers overgaven, hebben nooit de verliezen kunnen compenseren met de winsten die zij ons bracht.

Verkeerde maatstaven, verloren waarden

Terwijl een werkelijke beschaving de mens vrede en innerlijke rust zou schenken, zien we dat deze materialistische beschaving is verworden tot een onverzadigbaar systeem dat begeerte en honger voortdurend aanwakkert. Altijd drijft zij op de vraag “is er nog meer?”.1 Meer mogelijkheden, meer productie, meer krediet, meer winst, meer comfort, een rijkere toekomst, en nog meer van dat alles… Wanneer de mens zijn eigen wezen niet verstaat, of zich daarin vergist, wordt juist dit verheven schepsel – voor wie het bestaan zelf geschapen werd – gevangene van precies datgene wat hem moest dienen.

Wij leven in een wereld waar het nuttige boven het schone, het goede en het ware wordt verkozen. Ik vermoed dat juist dit de voornaamste reden is waarom de mens van vandaag, getroffen door voortdurende tegenslagen, er maar niet in slaagt zich weer op te richten.

Vandaag plaatsen wij wetenschap en technologie op een voetstuk en behandelen ze alsof ze onaantastbaar zijn, terwijl geloof, moraliteit, deugd en schoonheid worden weggezet als overbodig of nutteloos. En juist dit verdraaide oordeel wordt gezien als het genie van onze tijd. Zolang we ons niet losmaken van deze verwrongen denkwijze die de ware menselijke waarden ondersteboven keert, zullen de schokken en beroeringen die wij als samenleving ervaren blijven voortduren.

Hadden we onze ogen maar iets eerder geopend voor de ware menselijke waarden!

De innerlijke betekenis en geest van de geschiedenis zijn als goud en zilver: diep in de tijdlagen ingebed. Juist zij laten ons zien dat nut, eigenbelang, genot en vermaak nauwelijks een plaats verdienen in de rangorde van menselijke waarden – en als ze al meetellen, dan slechts een fractie boven het nulpunt.

De unieke plaats van de mens

Deze spirituele essentie is wat ons onderscheidt van de rest van de schepping. Alle andere wezens volgen hun eigenbelang binnen de natuurlijke orde. Alleen de mens streeft naar een betekenis die de schepping overstijgt. Dieren kennen geen religieus besef, geen morele zorg, geen streven naar deugd of drang tot kunst. Deze smaragden paleizen openen hun deuren uitsluitend voor het menselijk hart, hun enige bewoner. De mens werd als een tweeling met religie geboren, in moraliteit gewikkeld en gewiegd. Hij wijdt zijn leven aan het nastreven van deugd en drukt zichzelf uit door kunst. Van de eenvoudigste werken gemaakt met de meest primitieve gereedschappen tot de kunstwerken die tot in de eeuwigheid reiken – elke stem en ademtocht, elke kleur en lijn, elke vorm en motief straalt uit het prisma van de menselijke natuur en ontspringt uit zijn diepste wezen.

Vandaag kijken velen van ons vol verwondering naar het instinctieve werk van dieren: het spinnenweb, het nest van de nachtegaal, de bijenkorf, de wiskundige precisie van de beverdam, de kunstzinnige beheersing van de mug, de lange en kronkelende reizen van palingen – en zoveel andere wonderen binnen het net van Goddelijke Leiding. We staan perplex van verbazing. Maar wie écht onze verwondering en bewondering verdient, is de mens: met zijn horizon voorbij het zichtbare, zijn genialiteit, en zijn vermogen zichzelf te overstijgen.

Hoewel velen vandaag de dag gesloten blijven voor de ware menselijke waarden die hen tot grote hoogten zouden kunnen brengen, blijft het niet minder waar. En tot de dag dat dit ten volle wordt begrepen, weet alleen God hoeveel huiveringwekkende tragedies ons nog te wachten staan. Hoeveel nieuwe vloedgolven van leed en verdriet nog zullen voortkomen uit een wetenschap die haar grenzen niet kent, een technologie die elk besef van maat heeft verloren, en een beschaving die geen andere waarde erkent dan het nuttige..

  1. De uitdrukking hal min mazīd (هل من مزيد), is ontleend aan Koran 50:30, waar de hel wordt neergezet als onverzadigbaar – symbool van grenzeloze, verslindende begeerte. ↩︎

📖 Bron: Sızıntı, Haziran 1993, Cilt 15, Sayı 173

 🇹🇷 Türkçe: https://fgulen.com/tr/eserleri/gunler-bahari-soluklarken/Kendi-Derinlikleriyle-Insan-2