Wat als de oplossing voor de chaos van onze tijd niet in nieuwe systemen of leiders ligt, maar in de mens zelf? In deze longread ontvouwt Fethullah Gülen een tijdloos ideaal: de mens die zijn eigen hart hervormt voordat hij de wereld wil veranderen. Waar macht, succes en technologie de maat der dingen lijken, herinnert de ‘bezielde mens’ ons aan de ware oorsprong van vooruitgang — innerlijke zuivering, morele moed en dienstbaarheid. Want beschaving begint niet bij wetten, maar bij harten die weten waarom ze kloppen.
Een ideale samenleving wordt gevormd door ideale individuen. Wat betreft kringen waarin zelfzucht en waan de toon voeren: daar is er sprake van betekenisloze menigten die gesloten staan voor wat goed, mooi en heilzaam is.
De ideale mens – of in de woorden van weleer: de volmaakte mens1, verheven met eigenschappen van engelen – is een mens van inzicht en begrip. Hij beseft dat hij geschapen is in “de meest volmaakte vorm”2, lichamelijk én geestelijk de meest indrukwekkende en meest volmaakte van alle gedaanten. Hij weet dat hij als enige onder alle zichtbare schepselen tot oneindige verheffing in staat is, en dat hij uitgerust is met aanleg en vermogens die hem tot alles in staat stellen.
Hij is zich bewust van zijn unieke positie als drager van het goddelijk vertrouwen: “Wij boden de toevertrouwde taak aan de hemelen, de aarde en de bergen, maar zij krompen ineen en weigerden het te dragen en vreesden ervoor (bang om deze verantwoordelijkheid niet te kunnen dragen) – de mens echter nam het op zich.”3 Hij weet deze oorspronkelijke gaven die hem geschonken zijn te waarderen en te benutten.
De weg naar volmaaktheid
Naarmate hij deze eerste oorspronkelijke gaven van goddelijke gunst weet te waarderen, zijn leven tracht te leiden onder goddelijke leiding en inspiratie, zijn wilskracht ten volle inzet en deze oorspronkelijke gaven weet te ontwikkelen en te vereeuwigen, wordt hij geacht de weg te zijn ingeslagen naar de volmaakte mens.
De ideale mens wordt geconfronteerd met duizend-en-één raadsels die wervelstormen teweegbrengen in zijn geest: wat is leven, wat is dood, wat is het bestaan, wat is zijn verhouding tot dat bestaan, wat is dienstbaarheid, wat is gehoorzaamheid, wat is goed, wat is slecht, wat zijn beproevingen en waarom treffen zij de mens?
Waar anderen door voorspoed verwend en brutaal worden of door tegenspoed somber en wanhopig, weet zij rozen te laten groeien in de woestijn
Maar uit de vonken van wijsheid die in zijn geweten oplichten en uit de zachte bries van inspiratie die zijn verstand raakt, vormt hij een opstijgende spiraal van licht; en wanneer hij haar hoogste kring bereikt, ontwaart hij van daaruit de verborgen werkelijkheid achter alle dingen. Dan keert hij zich, vol verwondering en ontzag, in liefde en eerbied naar de Bron van alle zielen, en ademt hij rust.
Een ziel die dit punt heeft bereikt, wordt noch door voorspoed verwaand, noch door tegenspoed verslagen. Zij ziet zegen en beproeving, genade en strengheid als één en hetzelfde; waar anderen door voorspoed verwend en brutaal worden of door tegenspoed somber en wanhopig, weet zij rozen te laten groeien in de woestijn – en zelfs in tijden van verlies wint zij voortdurend.
Standvastigheid in voorspoed en tegenspoed
Zelfs wanneer de ideale mens wordt geconfronteerd met overweldigende en zelfs huiveringwekkende tegenspoed, is het zijn beleving dat hij met vaste tred door een lange gang van beproeving loopt die zich uitstrekt naar uiteindelijk succes. En zelfs in zijn zwaarste, meest benauwde momenten voelt hij in zijn geest een bries van rust en vertrouwdheid die van gene zijde komt, en buigt hij diep in lof en dankbaarheid aan God.
Dankzij zijn geloof in de Oneindige Macht, die alles kan en wiens woord overal gezag heeft, bezit de ideale mens te allen tijde diep vertrouwen en innerlijke rust. Zijn kristalheldere overtuiging, diep geworteld in zijn hart, verruimt zijn geestelijke wereld met een voorstelling, denkkracht en geloof die haar tot onvoorstelbare dimensies openen, zodat hij een staat bereikt die de zintuigen te boven gaat.
Als hij zichzelf zou kunnen beluisteren met een oor dat vertrouwd is met deze diepten, zou hij de stem horen: “Vrees niet en wees niet bedroefd, maar verheug je over het Paradijs dat jou beloofd is!”4 of: “Vrede zij met jou! Ga binnen in het Paradijs, het verblijf der eeuwigheid, als beloning voor je goede daden!”5 In dat moment ervaart hij een vervulling die alle genoegens van deze wereld ver achter zich laat.
De ideale mens zal zijn leven inrichten en leven volgens de werkelijkheid voorbij deze wereld waarin hij van harte gelooft, en daarom zal hij zich steeds verre houden van schuld, misdaad, onrecht en schande. Dankzij zijn strijd tegen zijn lagere zelf zal hij niet vervallen tot stuurloosheid en lichtzinnigheid. Zijn ogen zijn gericht op de verten waar de schoonheid van de Geliefde zich openbaart, zijn geest is doordrongen met het besef van eeuwigheid, en zijn hart is als een sprankelende, kleurrijke tuin van de ziel – wijd open voor spirituele wezens die er neerstrijken en verblijven. En hij zelf doorkruist dit betoverende landschap als beschouwende zoeker, die kijkt, denkt en doorgrondt.
Deze bezielde mens gelooft dat alles vergankelijk is behalve God, en daarom buigt hij voor niemand en niets, en laat hij zich niet misleiden door het materiële.
Terwijl een puur lichamelijk mens een heel leven lang zijn lichamelijke genoegens najaagt en leeft als slaaf van zijn lagere begeertes, maar geen verzadiging of voldoening bereikt, heeft de mens van het ideaal daarentegen blijvende voldoening en innerlijke rust. Hij dient de mensheid met zijn kennis en wijsheid en is vastberaden om onrecht en onderdrukking uit de wereld te helpen. Waar het hemzelf betreft, houdt hij zijn hand stil en zijn woord zacht; tegenover ondankbaren spreidt hij vleugels van vergeving en zachtmoedigheid. Maar waar onrecht heerst, zet hij zich met volle kracht in tot het kwaad wijkt. Onvermoeibaar, standvastig, ook als alles tegen lijkt te zitten. Dít is de bezielde mens.
Deze bezielde mens gelooft dat alles vergankelijk is behalve God, en daarom buigt hij voor niemand en niets, en laat hij zich niet misleiden door het materiële. Alles wat hij bezit, wijdt hij aan de weg van de islam en het moslim-zijn, met een gevoel en denken dat het eeuwige voor ogen heeft. Hij pluist dingen en gebeurtenissen tot op de draad uit. Zijn inspanningen concentreert hij op het welzijn van de samenleving, vooral daar waar het voor toekomstige generaties het meest telt. En al denkend ‘Leve de toekomstige generaties!’ trekt hij weg, zonder achterom te kijken.
Hij zoekt voortdurend Gods welbehagen en de waarheid. Of het nu om wereldse beloningen of spirituele wonderen gaat – niets vertroebelt zijn blik, want hij beschouwt dienaarschap aan God als de hoogste waarde. Vanuit die maatstaf acht hij zelfs de geringsten onder Gods dienaren verhevener dan zichzelf. De vlammen van conflict en onbegrip dooft hij in zijn hart. Zo toont hij aan dat kwaad met goed kan worden beantwoord. Waar bliksem en donder anderen verschrikken, worden ze in zijn nabijheid tot licht, dat harten en ogen verlicht. In zijn aanwezigheid verliest zelfs het vuur van Nimrod zijn verschrikking en wordt het “koel en veilig”6 – een plek waar ruwe en rusteloze zielen vertrouwdheid en geborgenheid vinden.
Worsteling met onze eigen imperfectie
Ik vrees dat wij – sommigen van ons althans – dit niveau nog altijd niet hebben bereikt. En juist daarom lukt het ons niet om kwaad met goedheid te verdrijven. In plaats daarvan beantwoorden we hardheid met hardheid, wrok met wrok, woede met woede. We verwarren onze eigen neigingen en begeerten met doordachte overtuigingen, en mengen zo onze gevoelens in wat eigenlijk zuivere inzet omwille van de islam zou moeten zijn. Zo verliezen we maar al te vaak op het spoor van zege.
Ware het niet voor de wezenlijke schoonheid en aantrekkingskracht van de islam en de gouden levenwekkende adem van de Koran, dan was het met onze gebrekkige en onvolmaakte vertegenwoordiging zelfs niet mogelijk geweest dat deze verheven roeping en deze heilige erfenis het punt had bereikt waarop zij zich nu bevindt.
📖 Bron: Bron: Sızıntı, juni 1990, deel 12, nummer 137
🇹🇷 Türkçe: https://herkul.org/kirik-testi/kirik-testi-ideal-cemiyet/
- ‘De volmaakte mens’ verwijst naar het concept van al-Insān al-Kāmil — een mens die in denken, voelen en handelen tot volledige geestelijke rijping is gekomen. Hij weerspiegelt de goddelijke eigenschappen op het hoogste niveau en wordt beschouwd als het doel waartoe de mens geschapen is: een leven in harmonie met waarheid, wijsheid en overgave aan God. ↩︎
- Koran 95:4 ↩︎
- Koran 33:72 ↩︎
- Koran 41:30 ↩︎
- Koran 89:27-30 ↩︎
- Verwijzing naar Koran 21:69, waarin wordt verteld hoe God het vuur dat Nimrod had aangestoken om Abraham te verbranden, beval koel en veilig te zijn: “O vuur, wees koel en vredig voor Abraham”. ↩︎
