Hoe omschrijft u de “Gülenscholen”?

Notice: Undefined index: dirname in /www/wp-content/themes/greenearth/include/plugin/filosofo-image/filosofo-custom-image-sizes.php on line 135 Notice: Undefined index: extension in /www/wp-content/themes/greenearth/include/plugin/filosofo-image/filosofo-custom-image-sizes.php on line 136

Antwoord: Met uw permissie wil ik deze scholen niet “Gülenscholen” noemen, maar privé-scholen die zijn opgericht door vrijwilligersorganisaties in de landen, waarin de mensen leven die deze scholen hebben opgericht en ingericht conform het officiële curriculum van die landen. Wel kunnen we stilstaan bij sommige eigenschappen die deze scholen onderscheiden van andere scholen: De mens is onderhevig aan het zigzaggen tussen twee positieve en negatieve extremen, tot het moment dat hij een evenwichtig denkvermogen ontwikkelt. Waarom is dit zo? Omdat de Schepper de capaciteiten die Hij aan de mens heeft gegeven niet heeft begrensd, maar vrijgelaten. De mens zal zich ontwikkelen tot een volmaakte, rijpdenkende mens, door deze capaciteiten zo te gebruiken dat ze uitgroeien tot vaardigheden en talenten waarmee hij wetenschappelijke onderzoek en ontdekkingen zal verrichten. Natuurlijk is dit een proces en het lerenderwijs ontwikkelen van de mens zal zijn hele leven beslaan. We zien vooral bij de vele ideologische, politieke en maatschappelijke bewegingen die in de moderne tijden zijn ontstaan dat er vaak sprake is van het afglijden naar negatieve of positieve extremen. Elke filosofische beweging, zoals het rationalisme, het idealisme, het materialisme en het spiritualisme, heeft haar eigen waarheden. Maar als je deze waarheden als de enige, absolute waarheden beschouwt, dan is het onontkoombaar dat er nieuwe bewegingen zullen ontstaan. Ook de bewegingen op het gebied van de economie, zoals het kapitalisme, het socialisme, het communisme zullen hun eigen waarheden bezitten, maar ten opzichte van elkaar ook fouten hebben. Hetzelfde kunnen we ook zeggen van politieke bewegingen. Als elke beweging haar eigen waarheden als de absolute waarheden stelt, dan zullen er ongetwijfeld extremismen ontstaan. Dientengevolge is het vanzelfsprekend dat er tegenstrijdige bewegingen ontstaan op het gebied van de pedagogie en deze bewegingen kunnen niet ontkomen aan filosofische, ideologische zelfs politieke polariserende invloeden. Juist op dit gebied onderscheiden de door u genoemde scholen zich, doordat er geen ruimte wordt geboden aan dit soort filosofische, ideologische, zelfs politieke invloeden, maar dat er puur algemene onderwijskundige en opvoedkundige waarheden centraal worden gesteld.

Ten tweede; deze scholen worden algemeen geaccepteerd door mensen van diverse nationaliteit, geografie, ras, kleur en overtuiging, omdat deze scholen onderwijs en opvoeding hoog in het vaandel houden en ze onderwijs en opvoeding zien als fundamentele principes voor een menswaardig bestaan en zij zich niet laten lenen voor enige ideologische, politieke of godsdienstige polarisering.

Ten derde; de ethiek vormt de basis voor de menselijke karakter, ongeacht sommige filosofische discussies daarover. Dientengevolge zijn de fundamentele ethische waarden en normen altijd en overal grotendeels hetzelfde gebleven. Eerlijkheid, genade, barmhartigheid, liefde, respect voor de mens, onbaatzuchtig dienen van de mens en andere levende wezens vanuit plichtsbesef, trouw, betrouwbaarheid, altruïsme, tolerantie, dialoog met iedereen, mijden van alle vormen van bedrog, belang hechten aan het instituut familie en familiewaarden, elkaar helpen in het doen van het goede, het mijden van het kwade en hooghouden van nederigheid; aan de andere kant het afstand houden van slechte eigenschappen als hoogmoed, grootheidswaanzin, egoïsme, neerkijken op de anderen, roddelen, laster, slecht denken etc. zijn waarden die geen enkel mens, geen enkele ideologie, geen enkele godsdienst, geen enkele kleur, geen enkele natie zal afwijzen. De mensen die in de door u genoemde scholen werken zullen, zo God het wil, deze ethische waarden zoveel mogelijk in acht nemen en zich de “niet officiële, maar wel fundamentele principes van de beweging” in belangrijke mate eigen hebben gemaakt.

Als vierde en belangrijke punt kunnen we het volgende zeggen: Het dienen van de mensheid binnen de kaders van de genoemde principes, kun je niet als een beroep uitoefenen. Ik bedoel een beroep dat je uitoefent, waar je een beloning voor vraagt en waar je je brood mee verdient. Tijdens het uitoefenen van zo’n beroep, denken de mensen enkel en alleen aan hun beloning en hun werktijden, waarbij ze niet al te veel zullen letten op wat ze produceren en/of doen. Ze zullen het al helemaal niet als een vorm van gebed beschouwen, waarmee ze het welbehagen van God en een eindeloos leven in het hiernamaals zullen verdienen. Maar als een mens onderwijs en opvoeding niet als een soortgelijk beroep ziet, maar meer als een eervolle taak, de eervolste, belangrijkste weg, een deugd die hij zelfs als gebed beschouwt, waarmee hij Gods welgevalligheid en een eeuwig leven zal verdienen, dan zal hij niet aan beloning of werktijden denken. In zijn activiteiten van onderwijs en opvoeding zal hij zich vereenzelvigen met zijn gesprekspartners, hetgeen zal resulteren in een duidelijk verschil met anderen.

Pater Thomas Michel, secretaris van het secretariaat voor interreligieuze dialoog van het Vaticaan, heeft in de stad Zamboanga van Filippijnen, die jarenlang geteisterd werd door oorlogen tussen de aanhangers van de Moro-beweging en de staatsmachten, het Filppijns-Turkse Tolerantie Lyceum bezocht. “In deze stad, waar oorlog, ontvoering van mensen, zomerse invallen, aanhoudingen, verdwijningen en moord dagelijkse praktijken zijn” was hij verbaasd dat in deze school aan over de 1000 christelijke en moslim leerlingen naast kwalitatief onderwijs een opvoeding werd geboden, en dat deze leerlingen op een harmonieuze manier bij elkaar gehuisvest werden. Later heeft Michel ook Kirgizië bezocht en daar een school in Bishkek aangedaan en hij werd gefascineerd door het niveau en de  taalprestaties van de leerlingen, alsook de geboekte successen bij academische olympiades. Hij zag daar hoe leerlingen van Amerikaanse, Koreaanse, Turkse, Afghaanse en Iranese afkomst in een weldadige harmonie onderwijs en opvoeding genieten. Ook de ijver, de integriteit en het altruïsme van de docenten trokken zijn aandacht. Uiteindelijk raakte hij benieuwd naar wat mijn ideeën zijn rondom het onderwijs. Hij heeft zijn gedachten hieromtrent in april 2001 tijdens een aan mij gewijd symposium aan de Georgetown Universiteit in een voordracht als volgt gepresenteerd:

“Volgens Gülen leidt de strijd tussen religie en wetenschap die in de moderne tijden een belangrijk gegeven is, tot sterke opsplitsingen in onderwijsvisie en -methoden. Moderne seculiere opvoeders zien de religie in het beste geval als een nutteloos tijdverdrijf en in het ergste geval als een hindernis voor de vooruitgang. Onder theologen leidde deze discussie óf tot het verwerpen van de moderniteit óf tot het beschouwen van een bepaalde vorm van religie als een politieke ideologie in plaats van religie in zijn ware vorm en functie. Gülen biedt hiervoor als oplossing een onderwijsmodel, waarin theologen goed wetenschappelijk bezig zijn en waarin wetenschappers zich met religieuze en spirituele waarden bezighouden. Fethullah Gülen biedt een toekomstgerichte benadering aan, in plaats van de discussies die in Turkije worden gevoerd door zowel ‘rechts’ en ‘links’ als ‘seculiere’ omgevingen, waarmee hij al deze discussies overstijgt en een hoger niveau wil bereiken. De moderne benaderingen van onderwijs lijken te veel op de fabrieken die gericht zijn op massaproductie voor een wereldwijd marktsysteem. Daar worden waarden als diepgang van ideeën en gevoelens, helderheid van gedachten, interesse in spiritualiteit en culturele rijkdom die Gülen vooropstelt, verwaarloosd. Derhalve is Gülen voorstander van onderwijs waarin de waarden waar hij veel belang aan hecht worden geleerd. Hij vindt dat meeste mensen les kunnen geven, maar dat het aantal opvoedkundigen zeer gering is. Zowel leraren als opvoeders verschaffen informatie en leren vaardigheden, maar de opvoeder is degene die de ontwikkeling van de persoonlijkheid van de leerling kan ondersteunen, degene die nadenken en reflectie bevordert, die het karakter helpt vormen en de leerling in staat stelt om zich eigenschappen als zelfdiscipline, tolerantie en de bereidheid ergens voor te staan eigen te maken. Fethullah Gülen verkondigt universele morele waarden en culturele waarden en normen, zoals ethiek, rede, geestelijk evenwicht en integriteit. “Barmhartigheid” en “tolerantie” zijn de begrippen die hij het meest gebruikt. Hij vermeldt hierbij dat: “De profeet [v.z.m.h.] omschrijft een echte moslim als iemand, die niemand last bezorgt, noch door zijn gedrag, noch door zijn woorden. Een moslim is de beste vertolker van de universele vrede.” Volgens Gülen is de functie van het onderwijs dit soort niet-materiële waarden te laten worden tot een tweede natuur van de leerling. Volgens Gülen is het absoluut een must om van de lange historische kennis en beschaving van samenlevingen zoals die van Turkije gebruik te maken. Tegelijkertijd zijn alle pogingen om het verleden te reconstrueren kortzichtig en gedoemd te mislukken. Gülens onderwijsvisie overstijgt de discussies tussen de politieke bewegingen in Turkije. Hij is op zoek naar hervormers, dat wil zeggen, mensen die gesterkt worden door een waardesysteem dat zowel met de fysieke als de immateriële aspecten van het menszijn rekening houdt en hij verwacht dat ze veranderingen doorvoeren in de samenleving. De individuen die hij in het onderwijs waar hij mee bezig is wil opleiden, behoren individuen te zijn, die vrij zijn van begrensd ‘hokjesdenken’ en beschikken over evenwichtige zelfbeheersing en zelfdiscipline.

Alleen deze individuen kunnen de samenleving op een positieve manier blijvend inspireren.

Gülen ziet de school als een laboratorium, waar de leerlingen niet alleen kennis en vaardigheid verwerven maar ook vragen stellen over het leven, de betekenis van de materie proberen te begrijpen en het bestaan binnen de kaders van het leven in deze wereld en het hiernamaals leren bevatten. Bovenal ziet Gülen de school in sommige van zijn artikelen over het onderwijs als een heiligdom van heilige activiteiten: “School biedt de leerlingen kansen om hun omgeving te bevatten en verlicht belangrijke gebeurtenissen door het licht van de kennis op ze te projecteren. Tegelijkertijd opent de school op een snelle manier de weg van het ontdekken van de materie en de gebeurtenissen en begeleidt zij de mens naar eenheid in denkvermogen, naar het juiste reflectievermogen en naar eenheid in veelheid. Derhalve is de school een manifestatie van een gebedshuis en de leraren zijn heiligen.”

Het model van Gülen is een model dat wetenschappelijke arbeid combineert met karakterontwikkeling, maatschappelijke bewustwording en actieve spiritualiteit.

De woorden van pater Michel heb ik noodgedwongen herhaald, dat wil zeggen als bevindingen van een belangrijke buitenstaander. Bij het beantwoorden van uw vraag heb ik dit moeten doen, anders voel ik mij altijd beschaamd om over mij zelf te vertellen.

Over de auteur

Laat een reactie achter

*

Lees meer:
“Dialoog tussen culturen is een noodzaak, geen luxe”

Een seniorgeleerde van theologie heeft gezegd dat interreligieuze dialoog bevorderd door de Gülenbeweging geen luxe, maar een noodzaak is in...

Sluiten