Rumi in de ogen van Gulen

Notice: Undefined index: dirname in /www/wp-content/themes/greenearth/include/plugin/filosofo-image/filosofo-custom-image-sizes.php on line 135 Notice: Undefined index: extension in /www/wp-content/themes/greenearth/include/plugin/filosofo-image/filosofo-custom-image-sizes.php on line 136

 

Fethullah Gülen schreef een stuk over Rumi en soefisme als voorwoord in Fundamentals of Rumi’s thought: A Mevlevi Sufi Perspective – Sefik Can (klik hier voor dit boek).  Hieronder kunt u zijn stuk over Rumi lezen.

Mevlana Djalal al-DIN Rumi

De waarde van Rumi

Mevlana Rumi Roumi en Fethullah Gulen

Er zijn speciale personen die met behulp van hun stem, hun liefde en enthousiasme een teken van hoop zijn voor de mensheid en die zo eeuwenlang fris en levendig blijven. De tijd slaagt er kennelijk niet in om deze karakters verouderd te maken.

Hun gedachten, analyses, verklaringen en geestelijke boodschappen, die nooit verloren zullen gaan, bieden steeds weer vele en gevarieerde alternatieve ideeën en oplossingen voor de sociale problemen van vandaag.

Rumi is zo’n persoonlijkheid. Ondanks de enorme hoeveelheid tijd, die zijn leven van het onze scheidt, blijft Rumi naar ons luisteren, ons gevoel delen en oplossingen voor onze problemen geven op een manier die zijns gelijke niet kent. Ondanks het feit dat hij enkele eeuwen geleden leefde, blijft hij vandaag nog altijd actueel als leefde hij nu onder en met ons. Hij is een verlichte geest die zijn licht van de geest van de Meester van het Mensdom ontving, namelijk de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) en die dit licht op tal van manieren overal verspreid heeft.

Hij werd uitverkoren om een van de godvruchtige mensen van deze wereld te zijn, om zuiver van hart te zijn, een gezegend mens wiens woorden de predikers van liefde en hartstocht overtreffen. Hij is als Israfil (een van de vier aartsengelen, Rafaël) die (bij de Opstanding) de dode geesten weer leven inblaast. Hij geeft levenswater aan de dorre harten van velen, als een geestelijke bevloeiing. Hij geeft de reizigers licht op hun pad. Hij is de perfecte erfgenaam van de Profeet.

"Ondanks de enorme hoeveelheid tijd, die zijn leven van het onze scheidt, blijft Rumi naar ons luisteren, ons gevoel delen en oplossingen voor onze problemen geven op een manier die zijns gelijke niet kent."

DJalaladdin Rumi, een godsman, haastte zich op zijn eigen geestelijke reis naar God. Daarnaast riep hij talloze anderen op die reis te maken door ijverig te streven naar God. Hij was een evenwichtig mens, geïnspireerd om met liefde en enthousiasme te leven. Hij deed dit zo dat hij ook anderen hiertoe inspireerde en hij blijft dit doen. Naast zijn hartstocht voor God, samen met zijn kennis van en liefde voor Hem, is Rumi algemeen erkend als een meester in eerbied en  ontzag voor God. Hij was en blijft iemand die uitnodigt, iemand wiens krachtige stem iedereen uitnodigt om de waarheid en de hogere werkelijkheid te bereiken.

Rumi was een ware leraar, wiens vreugde rechtstreeks van God kwam en die door God begiftigd was met liefde en hartstocht. Zijn leven weerspiegelt de waarheid. Tevens wist hij de mensen van zijn tijd zo goed te bereiken dat zijn stem die van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) als het ware weerkaatste, een stem die eeuwen daarna nog gehoord wordt.

Hij was zo welsprekend dat hij niet alleen zijn gezegende tijdgenoten kon inspireren, maar ook mensen van onze tijd, eeuwen na zijn fysieke bestaan. Dit was zijn roeping door God. Daartoe gaf God hem een zuiver innerlijk en uiterlijke vermogens, zodat hij hierin kon slagen.

Zijn hart was vervuld met het Licht van God. Hij was dus een wijs man, die dit Licht uitstraalde als een kostbare edelsteen. In hem leefden de geheimen van het goddelijke. Zijn innerlijke ogen konden die geheimen kennen in de glans van dit Licht.

DJalaladdin Rumi was in zijn tijd als de poolster, of als een kompas dat de mensen leidt. Hij is als een geheiligde lamp die zijn licht, het licht van de waarheid, ontleent aan de Profeet. Veel van Gods schepselen worden aangetrokken door licht en zo werden er honderdduizenden ‘vlinders’ tot dit licht aangetrokken.

Hij is een gids naar een beter menszijn. Rumi is ook een goede weergever van de waarheid van de Qur’an en van de liefde en ijver voor de Profeet Mohammed (vrede zij met hem). Rumi kon mystieke taal gebruiken om anderen naar Gods Liefde te leiden. Wie zich door hem laten leiden kunnen uiteindelijk de aanwezigheid van God voelen. Zij die onder zijn leiding de Qur’an aandachtig lazen ondergingen veranderingen, en blijven dat doen, vergelijkbaar met getuigenissen van mensen die leefden in de tijd van de Profeet.

Toen de verzen van de Qur’an door mensen uit zijn kring werden geïnterpreteerd, profiteerden de mensen van de verlichting door zijn wijsheid. Het was alsof de geheimen van de hemel werden geopenbaard, al door zijn bezielde voordracht van één woord: Allah.

Rumi hield veel van God en steeds verlangde hij klagelijk naar Diens geheimen. Die liefde en die hartstocht voelde hij als hij alleen was in zijn ascese en als hij actief was in de gemeenschap. Het was op momenten van alleenzijn dat hij de eenheid met God het meest ervoer; los van alles behalve God leek hij wel een bal van vuur. Omdat een dergelijke vurigheid niet door iedereen verdragen kon worden liet Rumi nooit iets blijken van ontevredenheid. Hartstocht mag vurig zijn, niet klagen is een teken van trouw.

Zij die liefde voor God belijden, moeten volgens Rumi van binnen zo ongeveer in brand staan, dat hoort bij de vereniging met God. Men moet ook heel ascetisch leven, dus met mate eten, drinken en slapen en zich steeds bewust zijn van en gericht zijn op God in al wat men zegt. Dan zal men versteld staan van de gaven Gods.

"Rumi steeg geestelijk op en zag, proefde en kende alles wat voor een sterveling mogelijk was."

Rumi zegt niet te begrijpen hoe een minnaar lang kan slapen omdat het af gaat van de tijd die men met de Geliefde kan delen. Te lang slapen is een belediging voor de Geliefde. Zoals God tot David zei: “Oh David, zij die zich aan de slaap overgeven zonder aan Mij te denken en die toch zeggen dat ze van Mij houden, zijn leugenaars”, zo zei Rumi: “Als de duisternis valt, begint de liefde pas goed”. Hij zei dit met zijn woorden – en met zijn daden.

Het volgende citaat uit zijn Divan-i Kabir geeft iets weer van zijn gevoel en vervoering die als een vulkaan losbarst:

Ik ben als Majnun* in mijn arme krachteloze hart
Ik heb niet de kracht Gods Liefde te weerstaan
Dag en nacht probeer ik mij te bevrijden van de ketenen der liefde
die mij gevangen houden
Als de droom van de Liefde begint vind ik mijzelf in bloed.
Ik ben mij te weinig bewust, ik ben bang
dat ik Hem kan tekenen met het bloed van mijn hart.

Eigenlijk, o Geliefde, moet u het de feeën vragen.
Zij weten hoe mijn hart ’s nachts brandde.
Iedereen is gaan slapen maar ik,
die mijn hart aan U heb gegeven,
kan niet slapen als zij.

’s Nachts kijk ik naar de hemel en tel ik de sterren.
Zijn liefde heeft mij de slaap ontnomen.
Ik geloof niet dat die nog zal komen.

Als we de kern van zijn gedichten willen vatten, dan is dit liefde, toewijding en hartstochtelijk verlangen naar en hoop op de aanwezigheid van het goddelijke. Heel zijn leven heeft hij die liefde verwoord in het geloof dat hij op zijn beurt geliefd was. Zo sprak hij over zijn verhouding tot God. Daarbij was hij niet alleen; hij sprak mede namens de gelovigen in zijn gehoor. Het was voor hem een kwestie van loyaliteit om wat hij van de hemelse tafel kreeg voorgezet te delen met anderen uit zijn kring.

Het volgende citaat weerspiegelt de diepgang van zijn reizen naar het hemelse:

De Buraq** van liefde heeft mijn hart en ziel meegenomen
en vraag me niet waar precies.
Ik heb een Rijk bereikt waar zon noch maan is,
Ik heb een sfeer bereikt waar geen wereld meer is.

Deze geestelijke reis van Rumi was een hemelreis in de schaduw van die van de Profeet, zoals die  door Süleyman Çelebi (de auteur van het Turkse Mevlid, dat bij de herdenking van de geboorte van de Profeet wordt gereciteerd) wordt beschreven: “Er was geen ruimte, geen aarde en geen hemel”. Wat zijn ziel gehoord en gezien heeft was een weerspiegeling van het goddelijke, die door de ogen niet kan worden gezien, door de oren niet gehoord kan worden en door het verstand niet begrepen kan worden. Dergelijke ervaringen zijn niet voor iedereen haalbaar.

"De liefde tot en de warme verhouding met de gehele schepping zoals Rumi die schetst zijn een afschaduwing van de diepe goddelijke Liefde."

Rumi steeg geestelijk op en zag, proefde en kende alles wat voor een sterveling mogelijk was. Zij die dit niet zien kunnen het niet weten. Zij die dit niet voelen kunnen het niet proeven. Zij die op deze wijze voelen kunnen de geheimen die zij bereikt hebben meestal niet onthullen. En zij die deze geheimen wel bekend maken merken dat ze het begrip van de meeste mensen te boven gaan. De beroemde Turkse dichter Shaykh Ghalib zei het zo:

“De kaars van de Geliefde geeft zulk een prachtig licht,
dat het niet past in het lampglas van de hemel”.

De liefde tot en de warme verhouding met de gehele schepping zoals Rumi die schetst zijn een afschaduwing van de diepe goddelijke Liefde. Rumi, die van deze Liefde was vervuld, hield van alle schepselen met de weerschijn van die Liefde. Zo was hij in dialoog met de schepselen vanuit zijn liefde voor God en zijn verhouding met de Geliefde.

Deze ruwe en gestamelde uitleg is verre van voldoende om Rumi te beschrijven, zo ben ik mij bewust. Het is het resultaat van mijn zoektocht naar hem. Maar een druppel kan de oceaan niet beschrijven en een atoom kan de zon niet beschrijven. Toch zou ik, nu zijn licht de aarde weer beschijnt, enkele woorden over DJalaladdin Rumi willen spreken.

Het leven van Rumi

Rumi werd geboren in de stad Balkh in 1207, in een tijd waarin overal in Azië sociale, politieke, en militaire problemen waren. Zijn vader, Mohammed Baha al-Din al-Siddiqi, maakte deel uit van de tiende generatie van de nakomelingen van Abu Bakr al-Siddiq, eerste kalief van de Islam. Volgens Tahir al-Mevlevi was de moeder van Rumi ook een nakomelinge van de Profeet. Hij was als de gezegende vrucht van een geheiligde boom, zijn familie. Erkend als de Sultan al-Ulama (de Meester der geleerden), was zijn vader een man van waarheid en een erfgenaam van de Profeet.

Zoals vele vrienden van God, werd hij vervolgd en uiteindelijk gedwongen om zijn land te verlaten. Zo verliet hij het land van Khawarzm, waar hij geboren was, en ondernam een lange reis met diverse bestemmingen. Eerst bezochten hij en zijn familie het [islamitische] Heilige Land, de steden Mekka en Medina. Van daar reisde hij verder en bleef een poos in Damascus, waar hij vele vrome personen, zoals Ibn al-‘Arabi, ontmoette en geestelijke verlichting met hen deelde.

Samen met zijn vader was de jonge Rumi, zes of zeven jaar jong, getuige van deze en andere gebeurtenissen. Zijn nieuwsgierige aard maakte het hem mogelijk om dit allemaal met helder bewustzijn mee te maken. De jonge Rumi kon zijn omgeving zelfs op deze tedere leeftijd begrijpen en kon zo ook in de mystiek van Ibn al-‘Arabi doordringen. Door zijn omgang met  Ibn al-‘Arabi ontving het kind vriendelijkheid en gunsten. Ondanks de ongelukkige omstandigheden van hun verhuizing en de vele problemen die zij hadden, bracht de reis de familie ook allerlei gunsten en inspiratie.

Net zoals Abraham, Mozes en de Profeet van Islam (de zegen van God moge op hen rusten) kon Rumi deze zegen en gunsten onophoudelijk ontvangen. Hij accepteerde zijn lot en ontving Gods rijke en talrijke gaven.

De reis voerde de gezegende familie naar de stad Erzincan en later naar Karaman. Het was in de laatstgenoemde stad dat Rumi voor een korte periode op de Halaveye School kon studeren. Behalve op deze school studeerde hij islamitische wetenschappen op verschillende godsdienstige scholen te Damascus en Aleppo.

Na het behalen van een diploma keerde hij naar de stad Konya terug, die hij als zijn moederland en een plaats van speciale waarde beschouwde. Het was daar dat hij Gevher Khatun, de dochter van Shamsaddin Samarqandi huwde. Na enige tijd stierf toen zijn vader, Sultan al-Ulama, terugkerend naar God.

Onder leiding van Burhanaddin al-Tirmidhi begon Rumi zijn lange spirituele reis. Na vele jaren ontmoette hij, op voorstel van Ruknaddin Zarqubi, Shams-i Tabrizi die toen op bezoek was in  Konya. Het was door zijn ontmoeting met Shams dat hij zijn geestelijke reis voortzette en zich uiteindelijk tot de persoon ontwikkelde die tot op heden bekend is vanwege zijn geestelijke diepgang.

 

"Rumi, de wijsheidsleraar, was geen leerling of Derwisj, geen vertegenwoordiger of meester zoals de traditionele Sufi’s die kennen."

 

Wat tot dusverre is vermeld is een poging om iets te laten zien van het leven van een unieke persoonlijkheid in de schepping, iemand die het vermogen had open te staan voor de geestelijke wereld. Dit is ook een poging om iets te vertellen van het leven van een belangrijke vertolker van de leer van de Profeet Mohammed [v.z.m.h] en de levenswijze van de moslimgemeenschap. Het zijn momentopnamen uit het leven van een man die voorbestemd was om zijn leven aan het hiernamaals te wijden.

Het is niet mijn bedoeling om met debatten en vragen te gaan roeren in het leven van deze zuivere personen; dat zou alleen onrust en onduidelijkheid opleveren. Toch mag men zich afvragen of het Rumi was die de horizon van Shams verbreedde of dat het Shams was die Rumi meenam naar de onzichtbare wereld. Wie nam wie mee naar de ultieme werkelijkheid, het hoogtepunt van liefde en vreugde? Wie leidde wie naar de Aanbedene en de Geliefde. Het beantwoorden van deze vragen gaat het kunnen van gewone mensen te boven.

Ten minste kunnen we het volgende zeggen. In die tijd kwamen er twee bekwame en scherpe geesten samen, als twee oceanen die in elkaar samenkomen. Door Gods gaven te delen bereikten zij allebei hoogtepunten die de meeste mensen niet gemakkelijk op eigen kracht zouden kunnen bereiken. Door hun spirituele samenwerking bereikten zij hoogtepunten van kennis, liefde, medeleven en vreugde voor God. Zoals zij de mensen van hun eigen tijd verlichtten, zo beïnvloedden zij ook de eeuwen daarna, tot op de dag van vandaag. De bron van helder water die zij waren blijft ook nu nog de dorstigen laven. Eeuwen lang hebben mensen hen herinnerd en hebben zij aan talloze levens hun bijdrage gegeven.

We mogen hierbij opmerken dat Rumi zijn kennis putte uit tal van bronnen, waaronder zijn vader, de Meester der Geleerden. Bij zijn reis op het geestelijke pad leek hij veel tijdgenoten achter zich te laten. Toch stroomde zijn liefde en zijn medeleven als het water van de zee. Levend temidden van de mensen wist hij toch steeds nader te komen tot God. Nooit heeft hij zich, tijdens en na zijn leven, verheven boven de andere mensen, tenzij dan door zijn geschriften. Als een ster leidde hij het geestelijk leven van de mensen in de geest van de Profeet en de islam. Hij is een van de weinige mensen die in de loop der tijden en wereldwijd grote invloed heeft gehad.

Rumi, de wijsheidsleraar, was geen leerling of Derwisj, geen vertegenwoordiger of meester zoals de traditionele Sufi’s die kennen. Hij ontwikkelde een nieuwe methode, namelijk om te werk te gaan vanuit de  persoonlijke beleving en het zelf onafhankelijk redeneren, gekleurd door verwijzingen naar de Qur’an, de Sunna [traditie van de Profeet], en de Islamitische gebedspraktijk. Met een nieuw geluid bracht hij met succes zowel de mensen van zijn generatie als die daarna op een hoger niveau, dichter bij het goddelijke.

Wat zijn verhouding met God betreft, was hij een mens vol liefde en hartstocht. Voor wie zich omwille van het goddelijke tot hem wenden is hij een bezielde drager van de Liefde Gods. Ja, zoals de regen uit de wolken van de hemel valt, zo stroomt de Liefde van God en Zijn Profeet uit zijn gedichten.

Het werk van Rumi

Zijn Mesnevi is een boek dat vol staat met zijn spiritualiteit. Het is als boek uitgebracht door zijn leerling Husamaddin Tjelebi en heeft een didactische opzet. Het is zijn meest monumentale verhandeling. Het is geschreven vanuit een hoog niveau van liefde en hartstocht, maar is geschreven in kleinere eenheden, zodat het door meer mensen begrepen kon worden, ook door mensen die zijn hoge niveau niet halen.

Zijn andere boek, Divan-ı Kabir, is qua inhoud en presentatie ook van dit hoge niveau; het geeft dit niveau zelfs beter aan.

In Mesnevi zijn gevoelens en gedachten zo beschreven dat zij ons verstand niet in de war brengen en dat zij ons begrip niet te boven gaan. Zijn Divan-ı Kabir heeft meer iets weg van een vulkaanuitbarsting. Dit wordt niet door iedereen direct begrepen. Onderzoekt men dit mooie boek zorgvuldig, dan is te zien hoe hij belangrijke begrippen uitlegt om de wereld van het onzichtbare uit te leggen, zoals bijvoorbeeld de principes baqa billah ma’allah (bij God met God te leven) en fana fil-l-ah (opgaan in God). Zij die de bezieling van de Divan-ı Kabir kunnen voelen, zullen verbaasd staan van de liefde en de vervoering die inderdaad iets heeft van een vulkaanuitbarsting. Deze gedichten van de meester zijn niet voor ieder even toegankelijk. Ze gaan de grenzen van de rede en die van de letterlijke betekenis te boven; ze gaan het menselijke niveau te boven en laten iets zien van de eeuwige aard van het onzichtbare, waarvan de aardse kleuren en vormen slechts een schaduw zijn.

"Deze gedichten zijn niet voor ieder even toegankelijk. Ze gaan het menselijke niveau te boven en laten iets zien van de eeuwige aard van het onzichtbare, waarvan de aardse kleuren en vormen slechts een schaduw zijn."

DJalaladdin Rumi ontleent zijn ideeën aan tal van bronnen, waaronder religieuze scholen, Sufi loges en Sufi kloosters met hun strikte ascese. Zo begon hij de uiteindelijke werkelijkheid te begrijpen. Op zijn eigen wijze gaf hij zich op het hemelse. Hij werd uiteindelijk als een centrale ster, een poolster op het niveau van een heilige. Of vergelijk hem met een heldere maan die om zijn as draait. Hij is als een held die aankomt waar hij naar toe wil en die stopt waar hij moet stoppen. Hij overdacht zorgvuldig wat hij zag en onderzocht wat hij voelde. Onwaardig gedrag was hem vreemd op zijn reis naar God. Van de rijke gaven die hij van Boven ontving liet hij niets verloren gaan, nog geen atoom.

Zoals vele van zijn voorgangers bracht hij deze goddelijke gaven indrukwekkend goed onder woorden in zijn poëzie. Hij uitte zijn liefde en bezieling in haast magische woorden die als kostbare juwelen zijn. Zijn gedichten hebben iets vaags. Hij beheerst de kunst om de vaak dubbele betekenissen voor vrienden te onthullen maar voor buitenstaanders juist te verhullen.

Zijn zegswijzen kunnen duidelijk of dubbelzinnig zijn, zo spreekt hij vanuit zijn perspectief, zo was zijn manier van schrijven. Een andere pen of andere inkt had hij niet. Hoewel er ook wel werken ten onrechte aan hem worden toegeschreven, straalt zijn werk warmte uit; het is als muziek vanuit het hart die de toehoorder in vervoering brengt.

De mens Rumi

Rumi had een zeer gevoelige aanleg; hij zou meer aanvoelingsvermogen hebben dan een moeder voor haar kind. Hij was, kortom, een uitzonderlijke persoon, in het bijzonder vanwege zijn vermogen de geest van de Profeet van God in zijn eigen tijd te verwoorden. Dit is te zien in zijn werken, waaronder Mesnevi en Divan-ı Kabir, enkele verzamelde brieven aan zijn familie en getuigenissen van zijn vrienden. Zij zagen met vreugde in hem de ware erfgenaam van de Profeet  en zeiden nederig en eerbiedig: “Dit is een gave van God. Hij geeft deze aan wie Hij wil” (Qur’an, 5:54).

Rumi was een werkelijk hartelijk en loyaal mens. Hij leefde vanuit zijn gevoel, zolang dit niet inging tegen de leer en de wetten van de godsdienst. Het geloof was het centrum van zijn leven en hij liet dit ook zien; blazend op zijn fluit, als het ware dansend als een vlinder [die naar het licht wil], brandde zijn hart van liefde en verlangen, maar het kreunde ook van pijn zoals zijn monotone fluitspel ook uitdrukte. Zij die deze pijn niet voelden konden hem niet begrijpen. Ruwe en tactloze mensen konden niet voelen wat hij voelde. Hij zei: “Ik wil een hart dat gespleten is van pijn vanwege de scheiding van God, zodat ik mijn verlangen en klacht kan uitleggen”. Zo zocht hij vrienden die ook dit verlangen en deze klacht hadden.

In zijn leven had hij allerlei problemen. Toch was hij nooit hard en vermeed hij anderen te kwetsen. Ja, hij was ‘hard’ en onverschrokken in het verkondigen van de goedheid van God. In zijn persoonlijke zaken was hij altijd zachtmoedig en bescheiden, bereidwillig en medelevend. Slechte eigenschappen als egoïsme, pretentie, arrogantie of agressiviteit waren hem zelfs bij benadering vreemd. Hij had respect voor allen, vooral voor hen, die hem het meest nabij waren.

Hij verwees naar zijn vriend Shams-ı Tabrizi, de man die hem de verlichting bracht, als zijn “meester”. Zijn leerling en spirituele vriend Salahaddïn Zarqubi noemde hij “geestelijk leider”, “Meester” en “Sultan” [vorst]. Over Husamaddin Tjelebi sprak hij met groot respect.

Zijn gedrag tegenover zijn familie weerspiegelde dat van de Profeet tegenover diens familie. Zijn gemeenschap van volgelingen stond open voor iedereen, zoals dat ook bij de Profeet het geval was. Ook voor mensen die verder van hem af stonden was hij vriendschappelijk zodat zelfs zijn vijanden tegen wil en dank op zijn medeleven konden rekenen. Eenmaal deel van de groep rondom hem, liet niemand hem ooit vallen.

Rumi, de wijsheidsleraar, stond enerzijds op vertrouwelijke voet met de wereld van het onzichtbare, anderzijds gaf hij mensen nooit het gevoel dat hij anders was dan zij, zo vriendelijk en eenvoudig was hij. Hij leefde als mens onder de mensen. Hij luisterde naar hen, at en dronk met hen en zou nooit iets van de goddelijke geheimen onthullen aan mensen die dit niet naar waarde konden schatten.

Als een ware gids leefde hij vanuit zijn geloof en probeerde hij de harten van de mensen om hem heen te bereiken. De bijeenkomsten noemde hij “spreken over De Geliefde” en richtte zo de aandacht op Hem. Hij sprak van “liefde”, “verlangen”, “vervoering” en “aantrekkingskracht” om met anderen het gevoel van bemoedigende bezieling te delen zoals hij die voelde. In deze sfeer wilde hij de ware bestemming van de mens uitdragen.

“Van de regen van april maakt een slang vergif, terwijl een oester een parel maakt.”

Hij streefde geen werelds bezit na. Wat hij bezat aan geld of goederen, meer dan hij zelf echt nodig had, verdeelde hij onder de behoeftigen. Toen het voedsel in zijn huis eens schaars was, zei hij “God zij dank omdat ons huis vandaag op dat van de Profeet lijkt”. Juist door deze eigenschappen als dankbaarheid en geduld kon hij zijn reizen naar de geestelijke wereld maken. Rumi nam geen giften of aalmoezen aan om niet bij iemand in de schuld te komen staan. Dan had hij maar honger, en, eenvoudig als hij leefde, zou hij dit nooit aan anderen kenbaar maken. Hij wilde zijn missie om de mensen naar God te geleiden niet met aardse geschenken bezoedelen.

Hij leefde ascetisch, godvrezend, kuis en zondeloos, onafhankelijk en zuiver. Daardoor kon hij het ongeziene bereiken, de kennis van God. Zijn liefde voor en verlangen naar God maakte hem als een maan die de hemel van het heilige verlicht. Zijn liefde voor God ging de menselijke grenzen te boven: die liefde was transcendentaal. Hij geloofde er ook vast in dat God van hem hield. Deze zekerheid weerhield hem niet ontzag en eerbied voor God te hebben vanuit zijn geloof en zijn verantwoordelijkheid voor God. Hij noemde dit evenwicht tussen vrees en hoop een gave Gods. Dit evenwicht kunnen wij terecht “een bewijs van de gaven van de Eeuwige Sultan” noemen.

In zijn binnenste stroomde als het ware een waterval van liefde vanuit meerdere bronnen. Zijn oprecht zoeken naar God en zijn trouw werden beloond met goddelijke vervoering en bezieling. Hij werd bevoorrecht met de nabijheid van God en mocht drinken uit Diens beker van liefde. Hij wilde het goddelijke ervaren, kennen, voelen, en zijn woorden en daden uitsluitend in dienst hiervan stellen. Hij was hier zo ernstig in dat, als zijn gedachten maar even afgeleid werden, hij dit al betreurde. Hij wilde in Gods nabijheid leven Hij deed ijverig zijn best om een goede minnaar en een goede geliefde [van God] te zijn en wijdde zijn leven aan de betovering die hiervan uitging.

Vóór hem waren er ook godlievende mensen geweest die deze geestelijke vreugden zo gevoeld hebben. De superioriteit van Rumi kunnen we aflezen aan de manier waarop hij in zijn Divan-ı Kabir  vrijmoedig over zijn gevoelens en gedachten spreekt. Er zijn in de tijd van de Profeet en later wel grote geesten geweest, die zich superieur waanden aan Rumi of die zo gezien werden. Toch ligt de superioriteit van Rumi in zijn speciale verdienste, hoeveel meer algemene verdiensten de anderen ook hadden. Daarom mogen wij Rumi zien als de beste leraar die er was om de mensen naar Het Schoonste Wezen te leiden op het mooie pad van de liefde [voor God].

Het is een hele eer voor de mens om God vanuit hun hart te kunnen liefhebben en om met liefde en hartstocht aan hem te kunnen denken. Als er al een grotere eer bestaat dan is dit het zich bewust zijn dat alle liefde, verlangen, bezieling en aantrekkingskracht gaven van Zijn gunst zijn.

Rumi sprak de namen en eigenschappen van God als het ware met iedere ademtocht uit. Hij was zich ervan bewust dat bijzondere aanleg een aan hem gegeven gave Gods was. Wie niet deze spirituele graad bereikt heeft zal dit misschien niet kunnen begrijpen.

De volgende anonieme versregels drukken uit dat, zoals woorden hun betekenis omhullen, de capaciteiten van mensen in wezen uitnodiging zijn tot het ontvangen van de goddelijke gaven, maar ook dat de werkzaamheid van Zijn gaven afhankelijk is van de capaciteiten van Zijn schepselen:

“Van de regen van april maakt een slang vergif, terwijl een oester een parel maakt.”

Sommigen twijfelen aan Rumi’s opvattingen

Sommige mensen beschouwen het als onjuist om de uitdrukking “liefde voor God” in de Islamitische traditie te gebruiken. Rumi verdedigde, net als veel andere godlievende mensen, de stelling dat het idee ‘liefde voor God’ van hogere orde is dan menselijke liefdesverhoudingen. Hierbij deed hij niets tekort aan de heiligheid en grootheid van God. Zijn erfenis is een ietwat vaag of ambigu begrip ‘liefde tot God’, dat open staat voor interpretaties van de mensen na hem.

Sommige sufi’s en islamitische wetgeleerden hadden twijfel bij de juistheid van het gebruik van muziekinstrumenten en bij het maken van muziek in de sufi bijeenkomsten, juist vanwege de ambiguïteit van bepaalde begrippen. Deze mensen uitten ook kritiek op de dansende Derwisjen. Rumi de wijsheidsleraar had echter geen twijfel bij de juistheid van zijn interpretaties. Anders had hij de instrumenten wel weggedaan en dergelijke activiteiten afgeschaft.

Zelf denk ik dat Rumi de godsdienst [Islam] met zijn hart zuiver aanvoelde en het feit dat hij een onberispelijk navolger was van de leefwijze van de Profeet, het anderen niet toestaat hem tegen te spreken. Deze twee gegevens zijn voor de meeste mensen genoeg om zijn denken en doen goed te vinden.

Tot besluit

Eigenlijk zag ik het niet als mijn taak om over dit hoge onderwerp te schrijven; er zijn vele anderen die beter toegerust zijn om dit te doen. Het verzoek hiertoe kwam echter van iemand die ik al heel lang hoog waardeer en daarom kon ik het niet weigeren. Ik aanvaardde het verzoek dat eigenlijk mijn capaciteit te boven gaat. Honderden, zelfs duizenden, hebben over Rumi geschreven. Het is hun taak om te schrijven – en als er iets belangrijks moet worden gezegd, is het hun taak om dit te doen.

Desondanks verhindert niets eenvoudige mensen zoals ik om een paar woordjes te spreken. Ik denk dat het dit is wat ik heb gedaan. Het zou waarschijnlijk beter geweest zijn als ik eerder gestopt was en de lezer meteen geleid had naar Rumi zoals Şefik Can hem heeft beschreven in Zijn Leven, Persoonlijkheid en Gedachten, zodat men eerder de echte teksten zou kunnen gaan lezen. Zelfs als het nu te laat is, wil ik de behandeling van dit onderwerp niet langer ophouden met mijn eigen beperkte kennis ervan. En zo houd ik nu op met mijn commentaar.

Noten:

* Majnun is een figuur uit de Arabische liefdespoëzie: de minnaar.
** Buraq is de rijdier (paard), waarmee de profeet Mohammed (vrede zij met hem) zijn hemelreis ondernam.

Fethullah Gülen

in Fundamentals of Rumi’s thought: A Mevlevi Sufi Perspective – Sefik Can (klik hier voor dit boek).

Voorwoord van Gulen over Rumi. Verschenen in het boek 'Fundamentals of Rumi's thougt: A Mevlevi Sufi Perspective'

Over de auteur
Lees meer:
Ware moslims kunnen geen terrorist zijn?

M. Fethullah Gülen De stijl -die is aangenomen door degenen die anderen met haat en vijandigheid bejegenen en die hun verzet...

Sluiten