Samen reciteren en samen bidden in Ramadan: muqābalah en tarāwīḥ

Ramadan muqabalah en tarawih - samen reciteren en samen bidden in Ramadan

De Ramadan gaat niet alleen over vasten, maar vooral ook over het herontdekken van de Koran als bron van levenskracht. Waarom voelen miljoenen moslims wereldwijd een diepe spirituele verbondenheid tijdens de Ramadan, terwijl de maand ook fysiek en mentaal uitputtend kan zijn? In dit artikel staan de tradities centraal van muqābalah — de gezamenlijke Koranrecitatie — en het tarāwīḥ-gebed. Hoe kunnen we deze rituelen zo beleven dat ze ons écht helpen transformeren?

Vraag: De Ramadan is de maand van de Koran. Hoe kunnen wij in deze heilige maand levenskracht uit de Koran halen?

Antwoord: Zelfs wie het hele jaar weinig met de Koran bezig is geweest, zoekt in Ramadans stralende sfeer — met een dorstig hart — naar deze goddelijke bron. Want juist in deze maand van vergeving wordt overal een mooie traditie nageleefd: de muqābalah, waar samen de Koran gelezen wordt..

Van verleden tot heden: de muqābalah

Elk jaar tijdens de Ramadan ontving de Profeet (vrede en zegeningen zij met hem) bezoek van de engel Gabriël (vrede zij met hem) om de integriteit van de Koran — zoals geopenbaard door God — te waarborgen en de volgorde van verzen en hoofdstukken te controleren. Volgens sommige overleveringen gebeurde dit zelfs élke nacht van deze gezegende maand. De Profeet ﷺ reciteerde dan de Koran aan Gabriël, en luisterde op zijn beurt vervolgens naar Gabriëls recitatie.

Dit wederzijds voordragen tussen de Profeet ﷺ en Gabriël staat bekend als muqābalah (wederzijdse voordracht). Als respectvolle herinnering aan deze heilige gebeurtenis hebben moslims een mooie gewoonte ontwikkeld. De Koran werd immers in Ramadan geopenbaard, en het lezen ervan wordt in deze maand overvloedig beloond. Daarom reciteren zij gedurende de Ramadan gezamenlijk de Koran van kaft tot kaft.

Onze vrome voorgangers zagen het minstens één keer per maand volledig reciteren van de Koran als de minimale uiting van trouw aan het Boek. Wie minder dan éénmaal per maand reciteerde, werd gezien als iemand die de Koran verwaarloosde. Daarom dienen ook wij de gezegende dagen van Ramadan te benutten om ten minste één keer de Koran volledig uit te lezen. Laat dit voor ons een nieuw begin zijn, zodat we voortaan trouw blijven aan Gods Woord.

De Koran omarmen: leren, begrijpen en doorgeven

In feite behoren zij die de Koran niet kennen, altijd te streven naar het leren en begrijpen ervan. Zij die hem wél kennen, behoren al hun verstand en gevoel in te zetten om hem op de juiste manier te onderwijzen en uit te dragen, en het lezen en begrijpen ervan verder te verspreiden. De Koran is immers Gods grootste geschenk aan het menselijk verstand en hart. Het leren lezen van de Koran en begrijpen van zijn betekenis is zowel een plicht als een blijk van waardering. Het uitleggen ervan is een uiting van respect en trouw aan de harten die verlangen naar zijn licht.

Als we de Koran nog niet kennen, moeten we deze maand aangrijpen om hem te leren. Wie hem wel kan lezen maar niet goed begrijpt, kan een goede vertaling of diepgaande uitleg (tafsīr) bestuderen, zodat Ramadan werkelijk de maand van de Koran wordt. In navolging van onze vrome voorgangers dienen wij ons met hart en ziel tot de Koran te wenden. We moeten de deuren van ons hart volledig openzetten voor het Goddelijke Woord en tijdens de Ramadan een oprechte inzet tonen die past bij de heiligheid van deze maand — om vanuit Zijn Woord, Zijn welbehagen te verstaan.

Het tarāwīḥ-gebed volgens de sunnah

Vraag: Een ander belangrijk symbool van de Ramadan is het tarāwīḥ-gebed. Waar moeten we op letten bij het verrichten van dit gebed?

Antwoord: De term tarāwīḥ komt van het Arabische woord tarwīḥa (ترويحة), dat letterlijk ‘even pauzeren’ of ‘de geest en het lichaam ontspannen’ betekent. Dit woord verwijst naar de korte rustmomenten na elke vier gebedseenheden (rakʿāt) van dit bijzondere gebed, dat specifiek tijdens de Ramadan na het nachtgebed (ʿishāʾ) wordt verricht. Hoewel het gebed sterk aanbevolen is (sunnah muʾakkadah), is het verbonden aan de maand Ramadan zelf en niet aan het vasten. Daarom geldt het ook als aanbevolen gebed voor mensen die vanwege ziekte of reizen niet verplicht zijn te vasten.

De oorsprong van tarāwīḥ

De Profeet ﷺ verrichtte tijdens de Ramadan een aantal nachten de tarāwīḥ gezamenlijk met zijn metgezellen, maar stopte hiermee uit bezorgdheid dat dit gebed verplicht gesteld zou kunnen worden en dat moslims dan moeite zouden hebben om het vol te houden. Toch moedigde hij zijn gemeenschap aan met de woorden:

“Wie het Ramadan-gebed (tarāwīḥ) verricht vanuit geloof en met hoop op Gods beloning, diens eerdere zonden zullen worden vergeven.”

In een andere overlevering benadrukt de Profeet ﷺ het belang en de aanbevolen aard van het tarāwīḥ-gebed:

“Allah heeft jullie het vasten in de maand Ramadan verplicht gesteld. Ik heb jullie het nachtgebed (tarāwīḥ) in Ramadan als mijn sunnah aanbevolen. Wie uit geloof en met hoop op Gods beloning met oprechtheid vast en (tarāwīḥ) bidt, wordt gereinigd van zijn zonden, alsof hij opnieuw geboren is.”

Het gezamenlijk verrichten van het tarāwīḥ-gebed is een collectieve sunnah (sunnah kifāyah). Dit houdt in dat in elk dorp of stad ten minste één gemeenschap samen dit gebed behoort te verrichten. Het gebed wordt bij voorkeur verricht door telkens na twee gebedseenheden met een vredesgroet (salām) af te sluiten. Tussen deze rustmomenten kan men zegeningen voor de Profeet ﷺ (salawāt) of specifieke smeekbeden reciteren, zoals ḥizb al-ḥaṣīn of ḥizb al-maʾṣūn.

Tarāwīḥ: twintig of acht rakʿāt?

Vandaag de dag benadrukken sommigen — verwijzend naar een hadith overgeleverd door Aisha (moge God tevreden zijn met haar) — dat het tarāwīḥ-gebed slechts uit acht gebedseenheden zou bestaan. Echter, Ibn Abbas (moge God tevreden zijn met hem) vermeldt duidelijk dat de Profeet ﷺ tijdens Ramadan twintig gebedseenheden plus het witr-gebed verrichtte.

Bovendien is er onder de metgezellen consensus (ijmāʿ) dat het gebed twintig gebedseenheden telt. Volgens de rechtsscholen van de Ḥanafī, Shāfiʿī en Ḥanbalī bestaat het tarāwīḥ-gebed uit twintig gebedseenheden. Binnen de Mālikī-rechtsschool zijn er twee opvattingen, namelijk twintig of zesendertig, waarbij twintig gebruikelijker is. Daarom zouden ouderen of zieken die slechts acht gebedseenheden aankunnen, ten minste dat aantal verrichten, terwijl gezonde gelovigen worden aangespoord om de volledige twintig te bidden.

Islamitische geleerden wijzen erop dat het tijdens het tarāwīḥ-gebed ten minste één keer volledig reciteren van de Koran een aanbevolen sunnah is. En dit gebed verrichten met meerdere recitaties, wordt als een extra deugd beschouwd. Onze vrome voorgangers hebben gedurende Ramadan altijd gebeden achter imams die de volledige Koran reciteerden. In latere periodes echter, met het oog op de situatie van de gemeenschap, kreeg de opvatting de voorkeur dat het beter is om het tarāwīḥ-gebed op zo’n wijze te leiden dat mensen niet ontmoedigd worden om naar de moskee te komen.

De juiste manier van tarāwīḥ

Tijdens het tarāwīḥ-gebed, of men nu korte hoofdstukken reciteert of kiest voor een volledige recitatie van de Koran, is het essentieel dat de verzen rustig, met duidelijke uitspraak en begrijpelijk worden gelezen (tartīl). En dat tijdens elke buiging (rukūʿ) en neerwerping (sujūd) voldoende tijd en zorg wordt genomen.

Helaas zijn de laatste jaren imams opgedoken die het gebed te snel verrichten — in de volksmond “jet-imams” genoemd — die helaas afbreuk doen aan de ernst, geldigheid en spirituele diepgang van het gebed. Moslims dienen waakzaam te zijn en erop toe te zien dat het tarāwīḥ-gebed met waardigheid, kalmte en respect wordt nageleefd.


📖 Bron: Ölümsüzlük İksiri (Kırık Testi 7) – Ramazan’da Mukabele ve Teravih

 🇹🇷 Türkçe: https://fgulen.com/tr/eserleri/olumsuzluk-iksiri/oruc-teravih-ve-mukabele


Geef een reactie