Horizon van licht: Ramadan

Ramadan de horizon van licht
In een tijd waarin crises ons uit elkaar dreigen te trekken, wordt Ramadan voor miljoenen moslims een brug van verbinding — niet alleen met God, maar ook met elkaar. Hoe transformeert vasten in tijden van oorlog en onrecht tot een daad van vernieuwing en rust? Deze longread duikt in de pracht van de Ramadan, de schoonheid van gedeelde iftars, en de lessen die de Ramadan biedt voor een onrustige wereld.

Licht bereikt zijn ware diepte door met duisternis te strijden… schoonheid wordt zichtbaarder te midden van lelijkheid… de goeden kunnen pas werkelijk uitblinken wanneer ze onder slechten verkeren; althans, voor sommigen is dat zo. Wanneer een samenleving naar rust verlangt, herkent zij deze des te sterker; ze voelt het en blijft er telkens weer met hart en ziel voor gaan. 

Wie moeilijkheden heeft doorstaan, begrijpt pas écht wat gemak betekent; wie de Ṣirāṭbrug heeft ervaren en overgestoken, begrijpt wat het paradijs inhoudt. De donkerste momenten ademen al de dageraad van het licht… De dag rijpt in het hart van de nacht, en de lente wordt geboren in de schoot van sneeuw en ijs. 

Wanneer alle wegen doodlopen en elk middel zijn kracht verliest, omhult het besef van de Oneindige Macht de zielen. Zoals het gezegde luidt: “Ontbering trekt verlichting aan”; zo vormt ook elke crisis een belangrijke aanlegsteiger naar ruimere, meer verlichte werelden.

Ramadan in tijden van chaos

Juist nu we worstelen met opeenvolgende crises en verstrikt zijn in cirkels van chaos, begrijpen we rust en vrede beter… waarderen we het licht intenser… zien we het geloof en overgave aan de Waarheid nog duidelijker in al hun schoonheid… voelen we meer dan ooit het vertrouwen in ons hart dat voortkomt uit geloof… beseffen we duidelijker hoezeer we verlangen naar het goede en hoe afkeer van kwaad groeit. 

Daarom dompelen we onszelf opnieuw onder in deze stralende dagen, laten we onszelf meevoeren door de overvloeiende zegeningen van het licht en zeggen we met volle overtuiging: Ramadan!

Wie weet hoe vaak we tot nu toe de Ramadan hebben gezien, ervaren en beleefd, maar nu, te midden van allerlei tegenspoed die ons volledig omsluit, in een tijd waarin onze wil wankelt, onze vastberadenheid afbrokkelt en we ons diep verloren voelen in vervreemding bovenop vervreemding; nu we keer op keer gehavend raken, tot volledige hulpeloosheid gedreven worden door onrecht en elke dag opnieuw gekwetst raken door nieuwe aanvallen, voelen we iets bijzonders in ons ontstaan – iets dat mede voortkomt uit onze diepste instincten als dienaar van God. 

Juist in deze toestand openen wij onze harten voor onze Heer en wenden we ons met de meest oprechte gevoelens smekend tot Hem: 

‘O Oorzaak van alle Oorzaken! Alle middelen zijn tevergeefs, geen ervan kan ons redden. De wreedheid van onze vijanden en het onbegrip van onze vrienden vergroten onze zwakte en hulpeloosheid. Terwijl wij proberen doelgericht onze weg voort te zetten, raken onze gedachten overspoeld door de verbijstering van medereizigers. Wij smeken U;  laat ons niet achter in de ellende van hen die onderweg zijn gestrand!’

Met deze woorden slaken wij een diepe zucht. Naarmate wij de pijn en nood die we ervaren sterker voelen, kloppen wij des te inniger en dringender op Zijn deur. In volle overtuiging en vertrouwen wachten wij nu op Zijn aandacht – die aandacht die geldt als het goddelijke compliment voor ons bewustzijn van Zijn absolute Eenheid. 

Ik kan me niet herinneren ooit eerder zo intens een Ramadan beleefd te hebben, en ik betwijfel of we ooit opnieuw zo’n diepgaande ervaring zullen meemaken.

Ramadans van weleer en nu

Inderdaad, we hebben deze gezegende maand vaak met diverse Goddelijke gunsten ervaren, en keer op keer geprobeerd de ware geest van Ramadan eigen te maken; we herinneren ons de diepe, bezielde Ramadans uit schitterende tijden.

De weemoedige Ramadans die als vonken van licht en zegen opvlammen en weer uitdoven, in de mistige atmosfeer van die stoffige en rokerige tijden van oorlog en geweld. De herfstachtige Ramadans waarin materiële en spirituele tekorten ons overweldigden. De levendige maar verweesde Ramadans waarin we onze vastberadenheid koppelden aan hoop en tussen iftar en suhoor steeds weer fluisterden:  

“Wanneer de Waarheid zich openbaart, maakt Hij elk werk licht,
Hij schept de wegen, schenkt ze in een oogwenk vol licht”

En waarin we telkens actief uitkeken op de hoop dat er een wonderbaarlijke deur geopend zou worden. 

Inderdaad, al deze Ramadans – die zowel gelijk als ongelijk aan elkaar waren – verschenen telkens met dezelfde dageraad van hoop en verdwenen in vergelijkbare zonsondergangen vol teleurstelling en verdriet; ze verdwenen en lieten ons achter met een lied als van de morgenster, dat herinneringen oproept aan dagen vol heimwee. 

Elke Ramadan ging ongetwijfeld aan ons voorbij met zijn eigen, soms merkbare, soms onmerkbare licht, uitstraling en unieke sfeer, haast als het zachte geruis van engelenvleugels over ons heen. Bewuste harten die deze zachte geluiden diep vanbinnen hoorden, richtten zich telkens weer met haast, alsof ze een heilig moment najagen, naar die Ramadans die telkens de blijde boodschap van een eeuwige wedergeboorte brachten.

Soms zweefden zij, afhankelijk van de omstandigheden en geïnspireerd door wat die dagen en nachten hun influisterden, zoals vogels zacht en sierlijk door de lucht; kalm, harmonieus, tevreden, steeds bewegend naar schoonheid, vol van het gevoel dat het leven hen naar een diepere, ordelijke en betekenisvolle toekomst voert, vervuld van spanning en verwachting. 

En soms juist verkeerden zij in totale ontreddering, alsof ze de herfst van hoop en vreugde beleefden; hun wil was wankel geworden, hun vastberadenheid gebroken, hun verwachtingshorizon vernauwd en hun zielen verbleekt. In een angstaanjagende toestand van ontbinding en verdeeldheid raakten zij in een voortdurende vrije val en werden van mensen die ooit met opgeheven hoofd zweefden, de ongelukkigen die hulpeloos over de aarde voortsleepten.

Herontdekking van ons bestaan

Nu hebben allerlei vormen van druk en dwang, overheersing, onderdrukking en tirannie ons de gelegenheid gegeven om ons bestaan opnieuw te ontdekken. Ja, zoals een patiënt die in elk lichaamsdeel afzonderlijk pijn voelt en daardoor voortdurend intens bewust is van zijn bestaan, voelen ook wij onszelf nu intens bewust door de verdrukking, opsluiting en onderdrukking die we jarenlang ondergaan hebben. 

Met een Ramadan die deuren opent naar totaal nieuwe dagen voor onze toekomst, staan wij nu hand in hand; zwijgend maar krachtig, langzaam maar beslist, onwrikbaar verbonden aan het recht—ons bewust dat recht niet iets is wat ons door anderen zomaar geschonken of ontnomen kan worden, zoals men een aalmoes geeft—leven wij in een intens metafysisch spanningsveld. 

“…een Ramadan die deuren opent naar totaal nieuwe dagen voor onze toekomst”

Hand in hand zijn wij onderweg naar onze essentie, even kalm en vastberaden als een machtige rivier die stil en zachtjes voortstroomt, in indrukwekkende stilte en met natuurlijk ontzag. Zij die onze gevoelens delen, bewegen zich soms, als vogels die moeiteloos zweven in de lucht, harmonieus, zelfverzekerd, open naar hogere horizonnen en bredere keuzemogelijkheden; soms bevinden zij zich ondanks alles in actieve afwachting, waarbij ze bewust bepaalde keuzes ongebruikt laten vanuit diepere wijsheden. 

En soms zweven zij, met een behoedzaamheid die ver uitstijgt boven wat men van hen verwacht, voortdurend in vervoering, vol overgave, richting hun geliefde idealen.

Zij wandelen met hun vasten, hun tarāwīḥ en hun gebeden naar God toe, zoals engelen naar Hem lopen… buitengewoon zacht, uiterst teder, met tranen in hun ogen, huiverend in hun borst, lopen zij onophoudelijk en vol overgave. 

Tot de ochtend aanbreekt, branden en smelten zij als kaarsen, tegen zichzelf in, fonkelend en fonkelend, terwijl zij licht verspreiden om zich heen en zelf het duister drinken. Zij vergeten te leven en offeren hun dagen op om anderen te laten leven – deze helden. 

De strijd voor een betere toekomst

In hun handen instrumenten die de ziel en betekenis van de natie tot klinken brengen, op hun lippen argumenten die uit de essentie en het merg van ons verleden zijn gedestilleerd – zij zwoegen en streven om onze schitterende dagen terug te brengen, met een vastberadenheid die de tijd zelf lijkt te trotseren. 

Wij bekijken hun verheven inzet en de tijd die zij daarmee vormgeven niet als iets vluchtigs, niet als zomaar een voorbijgaand moment, maar eerder als iets dat met zijn essentie, rijkdom en beloften nooit echt eindigt; als iets dat aan de ene kant geworteld is in een verleden nog ouder dan het oudste, en aan de andere kant verbonden is aan de eeuwigheid en het heden. 

Vanuit een gezichtspunt dat tijd en ruimte overstijgt, aanschouwen wij met diepe bewondering al deze prachtige periodes en zien met verwondering hoe, door de kracht van geloof, het onmogelijke werkelijkheid wordt.

Voor wie de signalen kan opvangen in deze dromen, die dichter bij werkelijkheid staan dan gewone dromen, opent elke nieuwe dag onbekende deuren, nodigt ons vriendelijk uit, blaast verlichting en vreugde in onze sombere harten en tilt ons, los van onszelf en van onze huidige omstandigheden, op naar ruimere, vrijere klimaten van geloof en hoop.

Ramadan is zowel een passend seizoen voor smeekbeden, gebeden en gerichtheid op God, als een uiterst levendige bron van herinneringen. In zijn kleurrijke atmosfeer, schitterend als een regenboog, dampen onze harten als wierookbranders, glinstert elk ochtendgloren als een feestelijke dag, en klinkt in elke hoek het gezang van honderden nachtegalen. 

In de lichtgevende sfeer van Ramadan brengt elke toestand, elke houding, elk gevoel en elke aanbidding ons niet alleen herinneringen, woorden en inzichten uit ons schitterende verleden, maar soms, in zijn magische atmosfeer, horen en ervaren wij zelfs dingen van vér voorbij het zichtbare. 

Zeker wanneer deze Ramadan na een langdurige periode van stilte komt en daarmee het zwijgen van eeuwen verbreekt… Wij die geloven dat Ramadan een dergelijke bron van licht en helderheid is, bereiken hierin een harmonie die niet beperkt wordt door onze kleinheid, maar overeenkomt met de grootsheid van Ramadan zelf en de oneindigheid van Gods genade. 

Zo bereiken wij een diepe innerlijke balans, voelen onze harten zich dichter bij God dan ooit, sidderen onze zielen regelmatig door manifestaties van Zijn barmhartigheid en ervaren wij op sommige momenten hoe zachte golven van nabijheid ons omvatten. We fluisteren dan zachtjes:

“O Heer, U niet kennen is gemis, nabijheid is vuur,
Een vuur brandend in ons hart, als vlammen in een haard…
Uw liefde, Uw liefde, Uw liefde is mijn paradijs!
Sta toe dat ik met Uw liefde tot een nieuw leven herrijs!”

Zo bekijken we onszelf opnieuw vanuit het perspectief van de horizon waarin we verkeren, en gaan zodanig op in de sfeer die ons omringt dat we tegelijkertijd zowel een kind zijn, bruisend van pure vreugde, als een uiterst gevoelige ziel die duizend smarten tegelijk kan voelen. Zo rennen we, op het raakpunt van een wereld vol dualiteiten—waar verdriet gelijk is aan vreugde, zorg gelijk opgaat met geluk, hoop altijd op voorzichtigheid steunt en angst gedragen wordt door vertrouwen—met grenzeloos gevoel banen we ons een weg van horizon tot horizon. Terwijl we rennen, overvalt ons soms een sidderend gevoel, alsof de koepel van onze ziel op het punt staat te barsten en we onbeschut achterblijven.

Soms onthullen de gezegende momenten die we beleven in deze gezegende dagen onze innerlijke wereld zo helder en leggen onze geheimen zo bloot, dat we enerzijds verheugd zijn omdat gedachten die we nooit konden vatten nu zó duidelijk tot uiting komen, en dat terwijl wij anderzijds gebukt gaan door het besef dat we mogelijk onze grenzen hebben overschreden, door oog en oor voorrang te geven boven het hart. 

De zachte bries van Ramadan stroomt soms zó harmonieus, mild, kalmerend, passend bij onze innerlijke toestand en boven verwachting, dat onze harten overlopen van gevoelens die we nauwelijks kunnen bevatten. We wanen onszelf op zulke momenten in een geheime stroom, een brug of doorgang die ons rechtstreeks naar het paradijs leidt. Maar tegelijkertijd huiveren we ook, bang dat deze flux plotseling ophoudt, deze reis abrupt eindigt, en we uiteindelijk—zonder dat we het merken—van deze hemelse corridor afglijden. 

Toch gebeurt het telkens opnieuw dat we, wanneer we dit vrezen, onverwacht worden meegevoerd door een nog diepere associatie, een nieuwe golf van gevoelens die onze grenzen overstroomt, waardoor we opnieuw opgenomen worden in de dwingende, maar liefdevolle stroom van Ramadan en alsof er niets is gebeurd, vervolgen we onze contemplatie en innerlijke spirituele reis.

Tijdens de Ramadan staan we bijna elke nacht op met het gevoel dat we een lange reis gaan voorbereiden. We bedwingen daarbij onze lichamelijke verlangens, en rennen met gevoelens die afgesloten zijn van het wereldse en volledig geopend naar onze Vriend, alsof we op het punt staan een diepe vertrouwelijkheid met Hem te ervaren. Op zulke momenten voelen we hoe vreugde ons overneemt; magische winden die vanuit alle richtingen komen nemen bezit van ons en trekken ons los van dagelijkse gedachten, waardoor we als het ware hemels worden. 

De magie van gezegende momenten

In zulke momenten blazen de meest gezegende momenten vaak hun eigen magie in onze zielen en ontsteken zij het vuur van de Oneindige in onze harten. Deze momenten zijn zó innig, zó zoet, zó mild en zó zacht, dat wanneer de seconden en milliseconden van deze tijd met hun unieke zaligheid in onze ziel doordringen, we ons meegezogen voelen in de droom dat we het tijdperk van goddelijke vereniging betreden—alsof de koepel van ons bestaan op het punt staat te barsten en we overgaan naar wat hierna komt. Dit is ook wel een vanzelfsprekend proces voor hen die deze gedachte omarmen: 

“De Geliefde heeft mijn ziel begeerd – hoe kan ik ‘nee’ zeggen, o hart?
Waarom zouden wij twisten – hij behoort noch jou, noch mij toe.”

In deze Goddelijk geïnspireerde gevoelens verlopen de minuten en uren van het leven zó innig en zoet dat we er bijna ongemakkelijk van worden hoe snel ze voorbijvliegen. Dan wensen we heimelijk: “Ik wou dat deze heerlijke momenten nooit voorbij zouden gaan, stroomde de rivier van tijd toch minder snel; konden we elke seconde, elke milliseconde, zelfs elke fractie daarvan net zo bewust voelen en ervan genieten als van een koude, verfrissende slok die we nemen bij het verbreken van het vasten!”.

De cyclus van dag en nacht

De zon komt elke ochtend op boven deze gevoelens van ons; elke middag wekken de gebedsoproepen vanaf de minaretten opnieuw deze gevoelens in ons; elke zonsondergang schenkt onze zielen zowel bekers van vreugde én verdriet; en elke nacht komt zij, omhuld door de betovering van afzondering, en fluistert ons toe om ons hart uit te storten. Wij geven gehoor aan deze roep: we haasten ons naar onze gebedskleden, uiten ons verlangen en verdriet, mompelen onze vreugde, soms kreunend, soms schreeuwend, onze stemmen verheffend tot de hemel.

En zo verstrijkt een hele maand, terwijl onze geestelijke horizon voortdurend dezelfde ziel, dezelfde betekenis nastreeft en steeds opnieuw zoekt naar manieren om met Hem verbonden te blijven. Hoewel wij haar smeken: “Blijf!”, trekt ze toch aan ons voorbij en vertrekt. Maar zodra de laatste maansikkel achter de horizon verdwijnt, verschijnt het feest dat onze horizon als de zon verlicht.

Houvast in een snel veranderende wereld

De wereld verandert snel. Technologie, cultuur, mensen… alles verandert en verandert. Maar niet alles hoeft [...]

Milieubewustzijn in het licht van Koran en Sunnah

Vraag: Hoe kijkt de islam naar de kwestie van milieubescherming? Zijn er in de Koran [...]

De Gebarsten Kruik

Wat is de Gebarsten Kruik waar Rumi over vertelt? Een mooie parabel die duidelijk maakt: [...]

Beschaving of begripsverwarring

Wat noemen wij beschaving? Is het de hoogte van onze gebouwen, de snelheid waarmee we [...]

De vrouw vanuit spiritueel perspectief

De vrouw is een belichaming van mededogen en spirituele rijkdom. Maar hoe kan het dat [...]

De diepten in onszelf (2)

Wat maakt ons werkelijk mens? In een wereld die steeds meer draait om nut, winst [...]

De diepten in onszelf (1)

Wat als het grootste mysterie van deze tijd niet buiten ons ligt, maar diep in [...]

De innerlijke diepten van de mens

Wat maakt een mens werkelijk mens? In een wereld waar zelfverheerlijking het wint van zelfinzicht, [...]