Uitlevering van Gulen? Antwoord vanuit Gulenbeweging op verzoek van premier Erdogan

Uitlevering van Gulen? Antwoord vanuit Gulenbeweging op verzoek van premier Erdogan

Onlangs sprak premier Erdogan openlijk een verzoek uit aan de V.S. voor uitlevering van de heer Fethullah Gülen. Dinsdag 29 april jl. werd er een persverklaring door Alliance for Shared Values uitgegeven; een stichting die zichzelf omschrijft als centrale bron voor informatie over Fethullah Gülen en de Gülenbeweging. Hierin gaan zij in op het verzoek van de Turkse premier.

Klik hier voor de hele verklaring getiteld ‘Ondermijning van de democratie door politiek gemotiveerde uitspraken van de Turkse premier’ (Engels).

Onderwijs bekeken vanuit de visie van Gülen

Onderwijs bekeken vanuit de visie van Gülen

De mens: Niet alleen lichaam, niet alleen geest

“Wij zijn wezens die niet alleen bestaan uit lichaam of geest of gevoelens of geestkracht; we zijn eerder een harmonieus samenspel van al deze elementen. Elk van ons is een lichaam dat spartelt in een net van behoeften; ook een geest die subtielere en meer vitale behoeften heeft dan het lichaam en die gedreven wordt door angsten uit het verleden en angst voor de toekomst… Bovendien is elk persoon een wezen met gevoelens die niet door het verstand bevredigd kunnen worden, een wezen met geestkracht waardoor wij onze wezenlijke menselijke identiteit verkrijgen. Elk individu bestaat uit al deze dingen. Als mannen of vrouwen, om wie het hele systeem en alle moeite draait, beschouwd en gewaardeerd worden als wezens met al deze aspecten en al onze behoeften worden bevredigd, dan zullen we het ware geluk bereiken. Wat dit betreft is echte menselijke vooruitgang of ontwikkeling, dat met ons wezenlijke zijn is verbonden, alleen mogelijk door onderwijs.”  (Gülen, Essays, Perspectives, Opinions, 80)

Beste van westen, beste van oosten bij elkaar brengen

Een deel van Gülens visie voor de toekomst bestaat eruit om het beste van de westerse cultuur, die wetenschappelijk en technologisch van aard is, te combineren met het beste van de oosterse cultuur, die spiritueel en moreel is, om zo een vollediger ontwikkelde en holistische menselijke cultuur te creëren, die de hele werkelijkheid in een nieuw tijdperk zal leiden. (Gülen, Pearls of Wisdom, 231-2)

De belangrijkste taak in iemands leven is om onderwezen te worden, daarmee bereik je perfectie

“De belangrijkste plicht en het doel van het menselijke leven is om kennis te zoeken. De moeite die dat kost, bekend als onderwijs, is een vervolmakend proces waardoor we in de spirituele, intellectuele en fysieke dimensies van ons bestaan, de graad verdienen die ons is toegewezen door het perfecte model van de schepping… Onze belangrijkste plicht in het leven is om perfecte en zuiverheid te bereiken in ons denken, waarnemen en geloven. Door te voldoen aan onze plicht de Schepper, Voeder en Bewaarder te dienen en door het mysterie van de schepping te doorgronden met behulp van onze potentie en vaardigheden, proberen we de graad van ware menselijkheid te bereiken en worden we een gezegend eeuwig leven in een andere, verheven wereld waard.” (Gülen, Toward a Global Civilization of Love and Tolerance, 202)

Volledig mens word je d.m.v. onderwijs

“Aangezien ‘echt’ leven alleen mogelijk is door kennis, worden zij die het leren en het onderwijzen hebben verwaarloosd beschouwd als ‘dood’, zelfs al zijn ze biologisch in leven. We zijn geschapen om te leren en wat we geleerd hebben aan anderen over te brengen.” (Gülen, Toward a Global Civilization of Love and Tolerance, 217)

Onderwijs niet alleen op school, maar ook families, gemeenschappen en media erbij betrekken

“Mensen die aan de toekomst denken, mogen niet onverschillig staan tegenover de manier waarop hun kinderen worden opgevoed. De familie, de school, de omgeving en de massamedia moeten allemaal samenwerken om het gewenste resultaat te bereiken… De massamedia in het bijzonder zou aan het onderwijs aan jongeren moeten bijdragen door het onderwijsbeleid dat door de gemeenschap wordt vastgesteld te volgen. De school moet zo perfect mogelijk zijn wat betreft het lesprogramma, de wetenschappelijke en morele richtlijnen van de leraren en het fysieke gebouw. Een familie moet de nodige warmte en atmosfeer bieden waarin kinderen kunnen opgroeien.” (Gülen, Toward a Global Civilization of Love and Tolerance, 206-7)

Rumi in de ogen van Gulen

Rumi in de ogen van Gulen

 

Fethullah Gülen schreef een stuk over Rumi en soefisme als voorwoord in Fundamentals of Rumi’s thought: A Mevlevi Sufi Perspective – Sefik Can (klik hier voor dit boek).  Hieronder kunt u zijn stuk over Rumi lezen.

[divider]

Mevlana Djalal al-DIN Rumi

De waarde van Rumi

Mevlana Rumi Roumi en Fethullah Gulen

Er zijn speciale personen die met behulp van hun stem, hun liefde en enthousiasme een teken van hoop zijn voor de mensheid en die zo eeuwenlang fris en levendig blijven. De tijd slaagt er kennelijk niet in om deze karakters verouderd te maken.

Hun gedachten, analyses, verklaringen en geestelijke boodschappen, die nooit verloren zullen gaan, bieden steeds weer vele en gevarieerde alternatieve ideeën en oplossingen voor de sociale problemen van vandaag.

Rumi is zo’n persoonlijkheid. Ondanks de enorme hoeveelheid tijd, die zijn leven van het onze scheidt, blijft Rumi naar ons luisteren, ons gevoel delen en oplossingen voor onze problemen geven op een manier die zijns gelijke niet kent. Ondanks het feit dat hij enkele eeuwen geleden leefde, blijft hij vandaag nog altijd actueel als leefde hij nu onder en met ons. Hij is een verlichte geest die zijn licht van de geest van de Meester van het Mensdom ontving, namelijk de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) en die dit licht op tal van manieren overal verspreid heeft.

Hij werd uitverkoren om een van de godvruchtige mensen van deze wereld te zijn, om zuiver van hart te zijn, een gezegend mens wiens woorden de predikers van liefde en hartstocht overtreffen. Hij is als Israfil (een van de vier aartsengelen, Rafaël) die (bij de Opstanding) de dode geesten weer leven inblaast. Hij geeft levenswater aan de dorre harten van velen, als een geestelijke bevloeiing. Hij geeft de reizigers licht op hun pad. Hij is de perfecte erfgenaam van de Profeet.

“Ondanks de enorme hoeveelheid tijd, die zijn leven van het onze scheidt, blijft Rumi naar ons luisteren, ons gevoel delen en oplossingen voor onze problemen geven op een manier die zijns gelijke niet kent.”

DJalaladdin Rumi, een godsman, haastte zich op zijn eigen geestelijke reis naar God. Daarnaast riep hij talloze anderen op die reis te maken door ijverig te streven naar God. Hij was een evenwichtig mens, geïnspireerd om met liefde en enthousiasme te leven. Hij deed dit zo dat hij ook anderen hiertoe inspireerde en hij blijft dit doen. Naast zijn hartstocht voor God, samen met zijn kennis van en liefde voor Hem, is Rumi algemeen erkend als een meester in eerbied en  ontzag voor God. Hij was en blijft iemand die uitnodigt, iemand wiens krachtige stem iedereen uitnodigt om de waarheid en de hogere werkelijkheid te bereiken.

Rumi was een ware leraar, wiens vreugde rechtstreeks van God kwam en die door God begiftigd was met liefde en hartstocht. Zijn leven weerspiegelt de waarheid. Tevens wist hij de mensen van zijn tijd zo goed te bereiken dat zijn stem die van de Profeet Mohammed (vrede zij met hem) als het ware weerkaatste, een stem die eeuwen daarna nog gehoord wordt.

Hij was zo welsprekend dat hij niet alleen zijn gezegende tijdgenoten kon inspireren, maar ook mensen van onze tijd, eeuwen na zijn fysieke bestaan. Dit was zijn roeping door God. Daartoe gaf God hem een zuiver innerlijk en uiterlijke vermogens, zodat hij hierin kon slagen.

Zijn hart was vervuld met het Licht van God. Hij was dus een wijs man, die dit Licht uitstraalde als een kostbare edelsteen. In hem leefden de geheimen van het goddelijke. Zijn innerlijke ogen konden die geheimen kennen in de glans van dit Licht.

DJalaladdin Rumi was in zijn tijd als de poolster, of als een kompas dat de mensen leidt. Hij is als een geheiligde lamp die zijn licht, het licht van de waarheid, ontleent aan de Profeet. Veel van Gods schepselen worden aangetrokken door licht en zo werden er honderdduizenden ‘vlinders’ tot dit licht aangetrokken.

Hij is een gids naar een beter menszijn. Rumi is ook een goede weergever van de waarheid van de Qur’an en van de liefde en ijver voor de Profeet Mohammed (vrede zij met hem). Rumi kon mystieke taal gebruiken om anderen naar Gods Liefde te leiden. Wie zich door hem laten leiden kunnen uiteindelijk de aanwezigheid van God voelen. Zij die onder zijn leiding de Qur’an aandachtig lazen ondergingen veranderingen, en blijven dat doen, vergelijkbaar met getuigenissen van mensen die leefden in de tijd van de Profeet.

Toen de verzen van de Qur’an door mensen uit zijn kring werden geïnterpreteerd, profiteerden de mensen van de verlichting door zijn wijsheid. Het was alsof de geheimen van de hemel werden geopenbaard, al door zijn bezielde voordracht van één woord: Allah.

Rumi hield veel van God en steeds verlangde hij klagelijk naar Diens geheimen. Die liefde en die hartstocht voelde hij als hij alleen was in zijn ascese en als hij actief was in de gemeenschap. Het was op momenten van alleenzijn dat hij de eenheid met God het meest ervoer; los van alles behalve God leek hij wel een bal van vuur. Omdat een dergelijke vurigheid niet door iedereen verdragen kon worden liet Rumi nooit iets blijken van ontevredenheid. Hartstocht mag vurig zijn, niet klagen is een teken van trouw.

Zij die liefde voor God belijden, moeten volgens Rumi van binnen zo ongeveer in brand staan, dat hoort bij de vereniging met God. Men moet ook heel ascetisch leven, dus met mate eten, drinken en slapen en zich steeds bewust zijn van en gericht zijn op God in al wat men zegt. Dan zal men versteld staan van de gaven Gods.

“Rumi steeg geestelijk op en zag, proefde en kende alles wat voor een sterveling mogelijk was.”

Rumi zegt niet te begrijpen hoe een minnaar lang kan slapen omdat het af gaat van de tijd die men met de Geliefde kan delen. Te lang slapen is een belediging voor de Geliefde. Zoals God tot David zei: “Oh David, zij die zich aan de slaap overgeven zonder aan Mij te denken en die toch zeggen dat ze van Mij houden, zijn leugenaars”, zo zei Rumi: “Als de duisternis valt, begint de liefde pas goed”. Hij zei dit met zijn woorden – en met zijn daden.

Het volgende citaat uit zijn Divan-i Kabir geeft iets weer van zijn gevoel en vervoering die als een vulkaan losbarst:

Ik ben als Majnun* in mijn arme krachteloze hart
Ik heb niet de kracht Gods Liefde te weerstaan
Dag en nacht probeer ik mij te bevrijden van de ketenen der liefde
die mij gevangen houden
Als de droom van de Liefde begint vind ik mijzelf in bloed.
Ik ben mij te weinig bewust, ik ben bang
dat ik Hem kan tekenen met het bloed van mijn hart.

Eigenlijk, o Geliefde, moet u het de feeën vragen.
Zij weten hoe mijn hart ’s nachts brandde.
Iedereen is gaan slapen maar ik,
die mijn hart aan U heb gegeven,
kan niet slapen als zij.

’s Nachts kijk ik naar de hemel en tel ik de sterren.
Zijn liefde heeft mij de slaap ontnomen.
Ik geloof niet dat die nog zal komen.

Als we de kern van zijn gedichten willen vatten, dan is dit liefde, toewijding en hartstochtelijk verlangen naar en hoop op de aanwezigheid van het goddelijke. Heel zijn leven heeft hij die liefde verwoord in het geloof dat hij op zijn beurt geliefd was. Zo sprak hij over zijn verhouding tot God. Daarbij was hij niet alleen; hij sprak mede namens de gelovigen in zijn gehoor. Het was voor hem een kwestie van loyaliteit om wat hij van de hemelse tafel kreeg voorgezet te delen met anderen uit zijn kring.

Het volgende citaat weerspiegelt de diepgang van zijn reizen naar het hemelse:

De Buraq** van liefde heeft mijn hart en ziel meegenomen
en vraag me niet waar precies.
Ik heb een Rijk bereikt waar zon noch maan is,
Ik heb een sfeer bereikt waar geen wereld meer is.

Deze geestelijke reis van Rumi was een hemelreis in de schaduw van die van de Profeet, zoals die  door Süleyman Çelebi (de auteur van het Turkse Mevlid, dat bij de herdenking van de geboorte van de Profeet wordt gereciteerd) wordt beschreven: “Er was geen ruimte, geen aarde en geen hemel”. Wat zijn ziel gehoord en gezien heeft was een weerspiegeling van het goddelijke, die door de ogen niet kan worden gezien, door de oren niet gehoord kan worden en door het verstand niet begrepen kan worden. Dergelijke ervaringen zijn niet voor iedereen haalbaar.

“De liefde tot en de warme verhouding met de gehele schepping zoals Rumi die schetst zijn een afschaduwing van de diepe goddelijke Liefde.”

Rumi steeg geestelijk op en zag, proefde en kende alles wat voor een sterveling mogelijk was. Zij die dit niet zien kunnen het niet weten. Zij die dit niet voelen kunnen het niet proeven. Zij die op deze wijze voelen kunnen de geheimen die zij bereikt hebben meestal niet onthullen. En zij die deze geheimen wel bekend maken merken dat ze het begrip van de meeste mensen te boven gaan. De beroemde Turkse dichter Shaykh Ghalib zei het zo:

“De kaars van de Geliefde geeft zulk een prachtig licht,
dat het niet past in het lampglas van de hemel”.

De liefde tot en de warme verhouding met de gehele schepping zoals Rumi die schetst zijn een afschaduwing van de diepe goddelijke Liefde. Rumi, die van deze Liefde was vervuld, hield van alle schepselen met de weerschijn van die Liefde. Zo was hij in dialoog met de schepselen vanuit zijn liefde voor God en zijn verhouding met de Geliefde.

Deze ruwe en gestamelde uitleg is verre van voldoende om Rumi te beschrijven, zo ben ik mij bewust. Het is het resultaat van mijn zoektocht naar hem. Maar een druppel kan de oceaan niet beschrijven en een atoom kan de zon niet beschrijven. Toch zou ik, nu zijn licht de aarde weer beschijnt, enkele woorden over DJalaladdin Rumi willen spreken.

Het leven van Rumi

Rumi werd geboren in de stad Balkh in 1207, in een tijd waarin overal in Azië sociale, politieke, en militaire problemen waren. Zijn vader, Mohammed Baha al-Din al-Siddiqi, maakte deel uit van de tiende generatie van de nakomelingen van Abu Bakr al-Siddiq, eerste kalief van de Islam. Volgens Tahir al-Mevlevi was de moeder van Rumi ook een nakomelinge van de Profeet. Hij was als de gezegende vrucht van een geheiligde boom, zijn familie. Erkend als de Sultan al-Ulama (de Meester der geleerden), was zijn vader een man van waarheid en een erfgenaam van de Profeet.

Zoals vele vrienden van God, werd hij vervolgd en uiteindelijk gedwongen om zijn land te verlaten. Zo verliet hij het land van Khawarzm, waar hij geboren was, en ondernam een lange reis met diverse bestemmingen. Eerst bezochten hij en zijn familie het [islamitische] Heilige Land, de steden Mekka en Medina. Van daar reisde hij verder en bleef een poos in Damascus, waar hij vele vrome personen, zoals Ibn al-‘Arabi, ontmoette en geestelijke verlichting met hen deelde.

Samen met zijn vader was de jonge Rumi, zes of zeven jaar jong, getuige van deze en andere gebeurtenissen. Zijn nieuwsgierige aard maakte het hem mogelijk om dit allemaal met helder bewustzijn mee te maken. De jonge Rumi kon zijn omgeving zelfs op deze tedere leeftijd begrijpen en kon zo ook in de mystiek van Ibn al-‘Arabi doordringen. Door zijn omgang met  Ibn al-‘Arabi ontving het kind vriendelijkheid en gunsten. Ondanks de ongelukkige omstandigheden van hun verhuizing en de vele problemen die zij hadden, bracht de reis de familie ook allerlei gunsten en inspiratie.

Net zoals Abraham, Mozes en de Profeet van Islam (de zegen van God moge op hen rusten) kon Rumi deze zegen en gunsten onophoudelijk ontvangen. Hij accepteerde zijn lot en ontving Gods rijke en talrijke gaven.

De reis voerde de gezegende familie naar de stad Erzincan en later naar Karaman. Het was in de laatstgenoemde stad dat Rumi voor een korte periode op de Halaveye School kon studeren. Behalve op deze school studeerde hij islamitische wetenschappen op verschillende godsdienstige scholen te Damascus en Aleppo.

Na het behalen van een diploma keerde hij naar de stad Konya terug, die hij als zijn moederland en een plaats van speciale waarde beschouwde. Het was daar dat hij Gevher Khatun, de dochter van Shamsaddin Samarqandi huwde. Na enige tijd stierf toen zijn vader, Sultan al-Ulama, terugkerend naar God.

Onder leiding van Burhanaddin al-Tirmidhi begon Rumi zijn lange spirituele reis. Na vele jaren ontmoette hij, op voorstel van Ruknaddin Zarqubi, Shams-i Tabrizi die toen op bezoek was in  Konya. Het was door zijn ontmoeting met Shams dat hij zijn geestelijke reis voortzette en zich uiteindelijk tot de persoon ontwikkelde die tot op heden bekend is vanwege zijn geestelijke diepgang.

 

“Rumi, de wijsheidsleraar, was geen leerling of Derwisj, geen vertegenwoordiger of meester zoals de traditionele Sufi’s die kennen.”

 

Wat tot dusverre is vermeld is een poging om iets te laten zien van het leven van een unieke persoonlijkheid in de schepping, iemand die het vermogen had open te staan voor de geestelijke wereld. Dit is ook een poging om iets te vertellen van het leven van een belangrijke vertolker van de leer van de Profeet Mohammed [v.z.m.h] en de levenswijze van de moslimgemeenschap. Het zijn momentopnamen uit het leven van een man die voorbestemd was om zijn leven aan het hiernamaals te wijden.

Het is niet mijn bedoeling om met debatten en vragen te gaan roeren in het leven van deze zuivere personen; dat zou alleen onrust en onduidelijkheid opleveren. Toch mag men zich afvragen of het Rumi was die de horizon van Shams verbreedde of dat het Shams was die Rumi meenam naar de onzichtbare wereld. Wie nam wie mee naar de ultieme werkelijkheid, het hoogtepunt van liefde en vreugde? Wie leidde wie naar de Aanbedene en de Geliefde. Het beantwoorden van deze vragen gaat het kunnen van gewone mensen te boven.

Ten minste kunnen we het volgende zeggen. In die tijd kwamen er twee bekwame en scherpe geesten samen, als twee oceanen die in elkaar samenkomen. Door Gods gaven te delen bereikten zij allebei hoogtepunten die de meeste mensen niet gemakkelijk op eigen kracht zouden kunnen bereiken. Door hun spirituele samenwerking bereikten zij hoogtepunten van kennis, liefde, medeleven en vreugde voor God. Zoals zij de mensen van hun eigen tijd verlichtten, zo beïnvloedden zij ook de eeuwen daarna, tot op de dag van vandaag. De bron van helder water die zij waren blijft ook nu nog de dorstigen laven. Eeuwen lang hebben mensen hen herinnerd en hebben zij aan talloze levens hun bijdrage gegeven.

We mogen hierbij opmerken dat Rumi zijn kennis putte uit tal van bronnen, waaronder zijn vader, de Meester der Geleerden. Bij zijn reis op het geestelijke pad leek hij veel tijdgenoten achter zich te laten. Toch stroomde zijn liefde en zijn medeleven als het water van de zee. Levend temidden van de mensen wist hij toch steeds nader te komen tot God. Nooit heeft hij zich, tijdens en na zijn leven, verheven boven de andere mensen, tenzij dan door zijn geschriften. Als een ster leidde hij het geestelijk leven van de mensen in de geest van de Profeet en de islam. Hij is een van de weinige mensen die in de loop der tijden en wereldwijd grote invloed heeft gehad.

Rumi, de wijsheidsleraar, was geen leerling of Derwisj, geen vertegenwoordiger of meester zoals de traditionele Sufi’s die kennen. Hij ontwikkelde een nieuwe methode, namelijk om te werk te gaan vanuit de  persoonlijke beleving en het zelf onafhankelijk redeneren, gekleurd door verwijzingen naar de Qur’an, de Sunna [traditie van de Profeet], en de Islamitische gebedspraktijk. Met een nieuw geluid bracht hij met succes zowel de mensen van zijn generatie als die daarna op een hoger niveau, dichter bij het goddelijke.

Wat zijn verhouding met God betreft, was hij een mens vol liefde en hartstocht. Voor wie zich omwille van het goddelijke tot hem wenden is hij een bezielde drager van de Liefde Gods. Ja, zoals de regen uit de wolken van de hemel valt, zo stroomt de Liefde van God en Zijn Profeet uit zijn gedichten.

Het werk van Rumi

Zijn Mesnevi is een boek dat vol staat met zijn spiritualiteit. Het is als boek uitgebracht door zijn leerling Husamaddin Tjelebi en heeft een didactische opzet. Het is zijn meest monumentale verhandeling. Het is geschreven vanuit een hoog niveau van liefde en hartstocht, maar is geschreven in kleinere eenheden, zodat het door meer mensen begrepen kon worden, ook door mensen die zijn hoge niveau niet halen.

Zijn andere boek, Divan-ı Kabir, is qua inhoud en presentatie ook van dit hoge niveau; het geeft dit niveau zelfs beter aan.

In Mesnevi zijn gevoelens en gedachten zo beschreven dat zij ons verstand niet in de war brengen en dat zij ons begrip niet te boven gaan. Zijn Divan-ı Kabir heeft meer iets weg van een vulkaanuitbarsting. Dit wordt niet door iedereen direct begrepen. Onderzoekt men dit mooie boek zorgvuldig, dan is te zien hoe hij belangrijke begrippen uitlegt om de wereld van het onzichtbare uit te leggen, zoals bijvoorbeeld de principes baqa billah ma’allah (bij God met God te leven) en fana fil-l-ah (opgaan in God). Zij die de bezieling van de Divan-ı Kabir kunnen voelen, zullen verbaasd staan van de liefde en de vervoering die inderdaad iets heeft van een vulkaanuitbarsting. Deze gedichten van de meester zijn niet voor ieder even toegankelijk. Ze gaan de grenzen van de rede en die van de letterlijke betekenis te boven; ze gaan het menselijke niveau te boven en laten iets zien van de eeuwige aard van het onzichtbare, waarvan de aardse kleuren en vormen slechts een schaduw zijn.

“Deze gedichten zijn niet voor ieder even toegankelijk. Ze gaan het menselijke niveau te boven en laten iets zien van de eeuwige aard van het onzichtbare, waarvan de aardse kleuren en vormen slechts een schaduw zijn.”

DJalaladdin Rumi ontleent zijn ideeën aan tal van bronnen, waaronder religieuze scholen, Sufi loges en Sufi kloosters met hun strikte ascese. Zo begon hij de uiteindelijke werkelijkheid te begrijpen. Op zijn eigen wijze gaf hij zich op het hemelse. Hij werd uiteindelijk als een centrale ster, een poolster op het niveau van een heilige. Of vergelijk hem met een heldere maan die om zijn as draait. Hij is als een held die aankomt waar hij naar toe wil en die stopt waar hij moet stoppen. Hij overdacht zorgvuldig wat hij zag en onderzocht wat hij voelde. Onwaardig gedrag was hem vreemd op zijn reis naar God. Van de rijke gaven die hij van Boven ontving liet hij niets verloren gaan, nog geen atoom.

Zoals vele van zijn voorgangers bracht hij deze goddelijke gaven indrukwekkend goed onder woorden in zijn poëzie. Hij uitte zijn liefde en bezieling in haast magische woorden die als kostbare juwelen zijn. Zijn gedichten hebben iets vaags. Hij beheerst de kunst om de vaak dubbele betekenissen voor vrienden te onthullen maar voor buitenstaanders juist te verhullen.

Zijn zegswijzen kunnen duidelijk of dubbelzinnig zijn, zo spreekt hij vanuit zijn perspectief, zo was zijn manier van schrijven. Een andere pen of andere inkt had hij niet. Hoewel er ook wel werken ten onrechte aan hem worden toegeschreven, straalt zijn werk warmte uit; het is als muziek vanuit het hart die de toehoorder in vervoering brengt.

De mens Rumi

Rumi had een zeer gevoelige aanleg; hij zou meer aanvoelingsvermogen hebben dan een moeder voor haar kind. Hij was, kortom, een uitzonderlijke persoon, in het bijzonder vanwege zijn vermogen de geest van de Profeet van God in zijn eigen tijd te verwoorden. Dit is te zien in zijn werken, waaronder Mesnevi en Divan-ı Kabir, enkele verzamelde brieven aan zijn familie en getuigenissen van zijn vrienden. Zij zagen met vreugde in hem de ware erfgenaam van de Profeet  en zeiden nederig en eerbiedig: “Dit is een gave van God. Hij geeft deze aan wie Hij wil” (Qur’an, 5:54).

Rumi was een werkelijk hartelijk en loyaal mens. Hij leefde vanuit zijn gevoel, zolang dit niet inging tegen de leer en de wetten van de godsdienst. Het geloof was het centrum van zijn leven en hij liet dit ook zien; blazend op zijn fluit, als het ware dansend als een vlinder [die naar het licht wil], brandde zijn hart van liefde en verlangen, maar het kreunde ook van pijn zoals zijn monotone fluitspel ook uitdrukte. Zij die deze pijn niet voelden konden hem niet begrijpen. Ruwe en tactloze mensen konden niet voelen wat hij voelde. Hij zei: “Ik wil een hart dat gespleten is van pijn vanwege de scheiding van God, zodat ik mijn verlangen en klacht kan uitleggen”. Zo zocht hij vrienden die ook dit verlangen en deze klacht hadden.

In zijn leven had hij allerlei problemen. Toch was hij nooit hard en vermeed hij anderen te kwetsen. Ja, hij was ‘hard’ en onverschrokken in het verkondigen van de goedheid van God. In zijn persoonlijke zaken was hij altijd zachtmoedig en bescheiden, bereidwillig en medelevend. Slechte eigenschappen als egoïsme, pretentie, arrogantie of agressiviteit waren hem zelfs bij benadering vreemd. Hij had respect voor allen, vooral voor hen, die hem het meest nabij waren.

Hij verwees naar zijn vriend Shams-ı Tabrizi, de man die hem de verlichting bracht, als zijn “meester”. Zijn leerling en spirituele vriend Salahaddïn Zarqubi noemde hij “geestelijk leider”, “Meester” en “Sultan” [vorst]. Over Husamaddin Tjelebi sprak hij met groot respect.

Zijn gedrag tegenover zijn familie weerspiegelde dat van de Profeet tegenover diens familie. Zijn gemeenschap van volgelingen stond open voor iedereen, zoals dat ook bij de Profeet het geval was. Ook voor mensen die verder van hem af stonden was hij vriendschappelijk zodat zelfs zijn vijanden tegen wil en dank op zijn medeleven konden rekenen. Eenmaal deel van de groep rondom hem, liet niemand hem ooit vallen.

Rumi, de wijsheidsleraar, stond enerzijds op vertrouwelijke voet met de wereld van het onzichtbare, anderzijds gaf hij mensen nooit het gevoel dat hij anders was dan zij, zo vriendelijk en eenvoudig was hij. Hij leefde als mens onder de mensen. Hij luisterde naar hen, at en dronk met hen en zou nooit iets van de goddelijke geheimen onthullen aan mensen die dit niet naar waarde konden schatten.

Als een ware gids leefde hij vanuit zijn geloof en probeerde hij de harten van de mensen om hem heen te bereiken. De bijeenkomsten noemde hij “spreken over De Geliefde” en richtte zo de aandacht op Hem. Hij sprak van “liefde”, “verlangen”, “vervoering” en “aantrekkingskracht” om met anderen het gevoel van bemoedigende bezieling te delen zoals hij die voelde. In deze sfeer wilde hij de ware bestemming van de mens uitdragen.

“Van de regen van april maakt een slang vergif, terwijl een oester een parel maakt.”

Hij streefde geen werelds bezit na. Wat hij bezat aan geld of goederen, meer dan hij zelf echt nodig had, verdeelde hij onder de behoeftigen. Toen het voedsel in zijn huis eens schaars was, zei hij “God zij dank omdat ons huis vandaag op dat van de Profeet lijkt”. Juist door deze eigenschappen als dankbaarheid en geduld kon hij zijn reizen naar de geestelijke wereld maken. Rumi nam geen giften of aalmoezen aan om niet bij iemand in de schuld te komen staan. Dan had hij maar honger, en, eenvoudig als hij leefde, zou hij dit nooit aan anderen kenbaar maken. Hij wilde zijn missie om de mensen naar God te geleiden niet met aardse geschenken bezoedelen.

Hij leefde ascetisch, godvrezend, kuis en zondeloos, onafhankelijk en zuiver. Daardoor kon hij het ongeziene bereiken, de kennis van God. Zijn liefde voor en verlangen naar God maakte hem als een maan die de hemel van het heilige verlicht. Zijn liefde voor God ging de menselijke grenzen te boven: die liefde was transcendentaal. Hij geloofde er ook vast in dat God van hem hield. Deze zekerheid weerhield hem niet ontzag en eerbied voor God te hebben vanuit zijn geloof en zijn verantwoordelijkheid voor God. Hij noemde dit evenwicht tussen vrees en hoop een gave Gods. Dit evenwicht kunnen wij terecht “een bewijs van de gaven van de Eeuwige Sultan” noemen.

In zijn binnenste stroomde als het ware een waterval van liefde vanuit meerdere bronnen. Zijn oprecht zoeken naar God en zijn trouw werden beloond met goddelijke vervoering en bezieling. Hij werd bevoorrecht met de nabijheid van God en mocht drinken uit Diens beker van liefde. Hij wilde het goddelijke ervaren, kennen, voelen, en zijn woorden en daden uitsluitend in dienst hiervan stellen. Hij was hier zo ernstig in dat, als zijn gedachten maar even afgeleid werden, hij dit al betreurde. Hij wilde in Gods nabijheid leven Hij deed ijverig zijn best om een goede minnaar en een goede geliefde [van God] te zijn en wijdde zijn leven aan de betovering die hiervan uitging.

Vóór hem waren er ook godlievende mensen geweest die deze geestelijke vreugden zo gevoeld hebben. De superioriteit van Rumi kunnen we aflezen aan de manier waarop hij in zijn Divan-ı Kabir  vrijmoedig over zijn gevoelens en gedachten spreekt. Er zijn in de tijd van de Profeet en later wel grote geesten geweest, die zich superieur waanden aan Rumi of die zo gezien werden. Toch ligt de superioriteit van Rumi in zijn speciale verdienste, hoeveel meer algemene verdiensten de anderen ook hadden. Daarom mogen wij Rumi zien als de beste leraar die er was om de mensen naar Het Schoonste Wezen te leiden op het mooie pad van de liefde [voor God].

Het is een hele eer voor de mens om God vanuit hun hart te kunnen liefhebben en om met liefde en hartstocht aan hem te kunnen denken. Als er al een grotere eer bestaat dan is dit het zich bewust zijn dat alle liefde, verlangen, bezieling en aantrekkingskracht gaven van Zijn gunst zijn.

Rumi sprak de namen en eigenschappen van God als het ware met iedere ademtocht uit. Hij was zich ervan bewust dat bijzondere aanleg een aan hem gegeven gave Gods was. Wie niet deze spirituele graad bereikt heeft zal dit misschien niet kunnen begrijpen.

De volgende anonieme versregels drukken uit dat, zoals woorden hun betekenis omhullen, de capaciteiten van mensen in wezen uitnodiging zijn tot het ontvangen van de goddelijke gaven, maar ook dat de werkzaamheid van Zijn gaven afhankelijk is van de capaciteiten van Zijn schepselen:

“Van de regen van april maakt een slang vergif, terwijl een oester een parel maakt.”

Sommigen twijfelen aan Rumi’s opvattingen

Sommige mensen beschouwen het als onjuist om de uitdrukking “liefde voor God” in de Islamitische traditie te gebruiken. Rumi verdedigde, net als veel andere godlievende mensen, de stelling dat het idee ‘liefde voor God’ van hogere orde is dan menselijke liefdesverhoudingen. Hierbij deed hij niets tekort aan de heiligheid en grootheid van God. Zijn erfenis is een ietwat vaag of ambigu begrip ‘liefde tot God’, dat open staat voor interpretaties van de mensen na hem.

Sommige sufi’s en islamitische wetgeleerden hadden twijfel bij de juistheid van het gebruik van muziekinstrumenten en bij het maken van muziek in de sufi bijeenkomsten, juist vanwege de ambiguïteit van bepaalde begrippen. Deze mensen uitten ook kritiek op de dansende Derwisjen. Rumi de wijsheidsleraar had echter geen twijfel bij de juistheid van zijn interpretaties. Anders had hij de instrumenten wel weggedaan en dergelijke activiteiten afgeschaft.

Zelf denk ik dat Rumi de godsdienst [Islam] met zijn hart zuiver aanvoelde en het feit dat hij een onberispelijk navolger was van de leefwijze van de Profeet, het anderen niet toestaat hem tegen te spreken. Deze twee gegevens zijn voor de meeste mensen genoeg om zijn denken en doen goed te vinden.

Tot besluit

Eigenlijk zag ik het niet als mijn taak om over dit hoge onderwerp te schrijven; er zijn vele anderen die beter toegerust zijn om dit te doen. Het verzoek hiertoe kwam echter van iemand die ik al heel lang hoog waardeer en daarom kon ik het niet weigeren. Ik aanvaardde het verzoek dat eigenlijk mijn capaciteit te boven gaat. Honderden, zelfs duizenden, hebben over Rumi geschreven. Het is hun taak om te schrijven – en als er iets belangrijks moet worden gezegd, is het hun taak om dit te doen.

Desondanks verhindert niets eenvoudige mensen zoals ik om een paar woordjes te spreken. Ik denk dat het dit is wat ik heb gedaan. Het zou waarschijnlijk beter geweest zijn als ik eerder gestopt was en de lezer meteen geleid had naar Rumi zoals Şefik Can hem heeft beschreven in Zijn Leven, Persoonlijkheid en Gedachten, zodat men eerder de echte teksten zou kunnen gaan lezen. Zelfs als het nu te laat is, wil ik de behandeling van dit onderwerp niet langer ophouden met mijn eigen beperkte kennis ervan. En zo houd ik nu op met mijn commentaar.

Noten:

* Majnun is een figuur uit de Arabische liefdespoëzie: de minnaar.
** Buraq is de rijdier (paard), waarmee de profeet Mohammed (vrede zij met hem) zijn hemelreis ondernam.

Fethullah Gülen

in Fundamentals of Rumi’s thought: A Mevlevi Sufi Perspective – Sefik Can (klik hier voor dit boek).

Voorwoord van Gulen over Rumi. Verschenen in het boek 'Fundamentals of Rumi's thougt: A Mevlevi Sufi Perspective'

Gülen in The Financial Times: ‘Turkije heeft een nieuwe grondwet nodig’

Gülen in The Financial Times: ‘Turkije heeft een nieuwe grondwet nodig’

De ontwikkeling van Turkije wordt door “een kleine groep binnen de uitvoerende tak van de overheid” belemmerd. De oplossing is een nieuwe grondwet. Dat stelt islamgeleerde Fethullah Gülen in een artikel dat gisteren is gepubliceerd in The Financial Times.

In het artikel benadrukt Gülen dat vertrouwen en stabiliteit van fundamenteel belang zijn voor de ontwikkeling van een natie en hoe de wereld haar waarneemt. Hij wijst erop dat in Turkije innig vertrouwen bestaat in een democratische en verantwoordelijke regering die de rechtsstaat respecteert. “Dat vertrouwen heeft Turkije in het afgelopen decennium opgebouwd. Tot voor kort werd het land dan ook gezien als een voorbeeld van een land dat bloeide met behoud van een democratische regering bestuurd door attente islamitische leiders. Dat is niet meer het geval. Een kleine groep binnen de uitvoerende tak van de overheid houdt de vooruitgang van het hele land in gijzeling. De steun van een breed segment van het Turkse publiek en de mogelijkheid van toetreding tot de Europese Unie, wordt nu verspild.”

Tot voor kort werd Turkije gezien als een voorbeeld van een land dat bloeide met behoud van een democratische regering bestuurd door attente islamitische leiders. Dat is niet meer het geval.

Gülen onderstreept dat EU-lidstaten en andere westerse landen felle kritiek hebben geuit op verschillende recente maatregelen van de Turkse regering. Daarbij noemt hij de wet die de minister van Justitie bevoegdheden geeft om rechters en officieren van justitie te benoemen en ‘disciplineren’, de wet om de internetvrijheid te beteugelen en het wetsvoorstel dat de inlichtingendienst vergaande bevoegdheden geeft, de soort bevoegdheden die opgeëist worden door dictatoriale regimes.

Gülen geeft aan dat vrijheid van denken en meningsuiting onmisbare ingrediënten zijn van de democratie. “De achterstand van Turkije op het gebied van de transparantie [van bestuur] en mediavrijheid ten opzichte van democratische landen, is teleurstellend”, vindt hij. Daarnaast stelt hij dat de dominantie van de politiek, die ooit genoten werd door het leger, nu plaats gemaakt lijkt te hebben voor “een hegemonie van de uitvoerende macht.” Volgens Gülen is het donkere schaduw dat geworpen is over Turkije “het resultaat van de arglistige profilering van bepaalde groepen Turkse burgers wegens hun visies, voortdurende verschuivingen van ambtenaren omwille van politieke belangen en een ongekende onderdrukking van de media, rechterlijke macht en het maatschappelijk middenveld”.

Alleen door zich in te zetten voor de universele rechten van de mens, de rechtsstaat en verantwoordelijk bestuur, kan de Turkse regering het binnenlandse vertrouwen herstellen en internationale respect herwinnen, benadrukt Gülen. Volgens Gülen moet die inzet zich ook richten op de invoering van een nieuwe, democratische grondwet, die opgesteld is door burgers. “Democratie is niet onverenigbaar met de islamitische beginselen van regeren. Inderdaad, de ethische doelstellingen van de islam, zoals de bescherming van het leven en de vrijheid van godsdienst, zijn het best gediend in een democratie waar burgers actief deelnemen aan de regering.”

De islamgeleerde wijst er verder op dat participanten van de sociale beweging Hizmet (letterlijk), die vandaag de dag onder vuur worden genomen door premier Recep Tayyip Erdoğan, zich sinds de jaren zeventig inzetten voor gelijke kansen voor iedereen. “Hun primaire motivatie is van intrinsieke aard, omdat ze zich gelukkig voelen met het geluk van anderen. Hizmet-participanten – en ik beschouw mezelf als een van hen – zijn geen politieke spelers en hebben geen belang bij de voorrechten van macht. Dat blijkt uit hun persoonlijke en financiële inzet voor humanitaire hulp, onderwijs en dialoog, evenals hun doelbewuste afwezigheid in de politiek.”

 

Dit bericht verscheen op 12 maart 2014 in Zaman Vandaag.

Foreign Affairs: De islamitische Martin Luther?

Foreign Affairs: De islamitische Martin Luther?

Fethullah Gülen’s pogingen tot islamitische reformatie 

Door Victor Gaetan, 20 februari 2014[divider]

Fethullah Gulen in Amerika

In een video die geplaatst werd op zijn website in december vorig jaar, riep de Turkse islamitische geleerde Fethullah Gülen God om de Turkse premier Recep Tayyip Erdoğan te vervloeken. Gülen, die sinds 1999 in ballingschap leeft in de Verenigde Staten, verklaarde in een preek uitgezonden op de Turkse televisie, “Zij die de dief niet zien, maar degenen achternazitten die proberen om de dief te vangen: moge God brand laten ontstaan in hun huizen, hun huizen ruïneren, hun eenheden breken.” Dit ging veel verder dan de normaal seculiere grenzen van het politieke debat in Turkije.

Maar als we alleen focussen op Gülen’s gebrek aan politieke glans dan missen we een belangrijk punt. Gülen en Erdoğan worden in het Westen beschreven als politieke rivalen, maar er was altijd meer op het spel in hun botsing dan aardse zaken. Terwijl Erdoğan vaak kon genieten van islamistische politieke retoriek, het is Gülen geweest die als een islamitische intellectueel geprobeerd heeft om actief bijdragen te leveren aan en een actieve moderne school van de islam te ontwikkelen, die de religie verzoent met de liberale democratie, wetenschappelijke rationalisme, oecumene, en het vrije ondernemerschap. Ongeacht wie de strijd om de politieke toekomst van Turkije wint, is het essentieel van belang dat de religieuze erfenis van Gülen bewaard wordt.

EGALITAIRE VERLICHTING

Erdoğan heeft herhaaldelijk Gülen en zijn religieuze beweging, die bekend staat als Hizmet (wat zich laat vertalen als Service), afgeschilderd als onderdeel van een politieke samenzwering, noemde het een “parallel staat” verantwoordelijk voor het initiëren van een reeks van corruptie onderzoeken tegen zijn regering. Deze beschuldigingen zijn onmogelijk te onderbouwen. Hizmet heeft geen formele lidmaatschap, geen hoofdkantoor, en geen hiërarchie, die het onmogelijk maakt om te weten of Gülenisten oververtegenwoordigd zijn in de rechtshandhaving en de rechterlijke macht, laat staan ​​het orkestreren van een staatsgreep. Er zijn veel maatschappelijke organisaties in Turkije die expliciet gekoppeld zijn aan Gülen, maar, in overeenstemming met Gülen’s leer, steunen noch weigeren zij een politieke partij.

Gülen’s theologie ging hand in hand met de kapitalistische revolutie van Turkije. Nieuwe ondernemers van het land waren vrome moslims die zich geïnspireerd weten door Gülen’s leer om hun omarming van het vrije ondernemerschap, sterke democratische instellingen, en de dialoog en handel met andere geloven te rechtvaardigen.

Hoewel Gülen er altijd van uitgegaan is dat vrome moslims zich zouden moeten richten op de politiek, heeft hij al heel lang gewaarschuwd tegen het feit dat religie als een instrument wordt gebruikt om politieke macht na te streven.  In die zin heeft Gülen de voetsporen van Said Nursi gevolgd, een grote Turkse geleerde van het soefisme, die een islamitische opleving in de late Ottomaanse periode en onder Atatürk’s republiek heeft geïnspireerd. Nursi’s 6000-pagina tellende commentaar op de Koran, Risale-i Nur (Verhandelingen van het Licht), stelde dat ware geestelijke kennis toegankelijk was voor alle moslims, zonder de begeleiding van een “meester”. Nursi beschouwde het materialisme als een vijand van de islam, maar ook hij pleitte voor het onderwijzen van moderne wetenschap in islamitische scholen.

Gülen heeft dezelfde fundamentele benadering onderschreven. Geboren in het oosten van Turkije in 1941, groeide hij op met het bestuderen van de Koran. Hij begon een moskee en een studiecentrum in de stad Izmir in de jaren 1960 te beheren. Voortbouwend op het concept van Nursi, wilde hij het religieuze geweten of innerlijke discipline versterken, maar Gülen benadrukte verder het belang van de publieke dienstverlening als een manier voor de gelovigen om God te verheerlijken, terwijl de zelfzuchtige impulsen onderdrukt moesten worden.

Deze leerstellingen waren in schril contrast met de politieke uitspraken van islamitische groeperingen, zoals de Moslim Broederschap, die terrein won in het Midden-Oosten in het midden van de twintigste eeuw. Waar de Broederschap het een religieuze verplichting vond om de staat te controleren en de islamitische wet de basis van jurisprudentie te maken, betoogde Gülen dat religie eerder leed onder politisering. Waar de Broederschap voorstelt dat jihad noodzakelijkerwijs een gewapende strijd is, benadrukt Gülen dat jihad een morele en geestelijke strijd is.

In 1970 werd Gülen gearresteerd door een nieuw geïnstalleerde militaire regering en zijn licentie om te preken werd ingetrokken. Maar zijn privégesprekken tegenover kleine groepen – in moskeeën, theaters, cafés en scholen – werden opgenomen en gedistribueerd. Gülen leende zijn groeiende faam aan een reeks van studentenhuizen, of “lichthuizen”, die particuliere voorbereidingscursussen verzorgden voor universitaire toelatingsexamens. In 1979 hebben nauwe vrienden van Gülen een uitgeverij opgericht, zodat hij aan zijn groeiende aantal studenten studiemateriaal kon bieden. Yamanlar College in Izmir, de eerste Gülen geïnspireerde particuliere middelbare school, volgde in 1982. In 1983 had hij brede nationale aanhang.

Vandaag de dag runnen Gülen sympathisanten meer dan 1.500 scholen en universiteiten in 120 landen, waaronder Afghanistan, Oostenrijk, Bosnië, Indonesië, Japan, Mexico, Soedan en de Verenigde Staten.(In Texas alleen beheren Gülen aanhangers 26 openbare privé scholen.) De Gülen beweging biedt talloze beurzen voor de armen om hun onderwijs te kunnen volgen, die meestal de nadruk leggen op wetenschap en wiskunde. Door bij te dragen als vrijwilliger of financierder aan onderwijsnetwerk van de beweging, zijn de supporters ook bezig met een vorm van liefdadigheid.

Zijn inzet voor het onderwijs als de belangrijkste oplossing voor de problemen die de meeste islamitische samenlevingen teistert, is de meest concrete uiting van religieuze leerstellingen van Gülen. Op basis van heilige teksten van de islam – de Koran, Hadith (woorden van de Profeet), en Sira (biografie van de Profeet) – evenals Turkse en Ottomaanse culturele traditie, heeft Gülen een duidelijke vorm van de islamitische theologie ontwikkeld, die maatschappelijke betrokkenheid, niet politiek engagement, in het centrum plaatst.

De Utah-gebaseerde politicoloog Hakan Yavuz, auteur van Toward an Islamic Enlightenment: The Gulen Movement, [Naar een islamitische Verlichting: De Gülen beweging], ziet vier kenmerkende karakteristieken in het project van Gülen. Ten eerste, Gülen benadrukt dat vroomheid van een gelovige kan gemeten worden door zijn concrete daden, in het bijzonder, de mate waarin de persoon de menselijke conditie verbetert. Ten tweede, Gülen stelt dat de islam een oecumenische religie moet zijn. Moslims, gelooft hij, zijn verplicht om een consensus in hun gemeenschappen te zoeken en dienen sociale participatie en dialoog met andere groepen te waarderen. (Gülen beweging heeft een bijzondere nadruk gelegd op de interreligieuze dialoog, vooral met de christenen en joden.)

Ten derde, Gülen leert de onschendbaarheid van individuele rechten. Religieuze betrokkenheid, onderschrijft hij, moet vrijwillig zijn, dat is een reden dat Gülen’s volgelingen meestal aangeduid worden als “vrijwilligers” en hun totale aantallen zijn nooit officieel geteld. Ten slotte, de Gülen beweging onderschrijft kritisch denken als basis voor de kennis die God verheerlijkt, in plaats van als iets dat openbaring tegenspreekt. Wetenschap, leert Gülen, is een middel voor moslims om hun religieuze plicht na te komen om de economische toestand van hun samenleving te verbeteren.

In de mate dat Gülen iets over de politiek te zeggen heeft gehad, is dat de politiek bijna altijd in dienst van de bevordering van de democratie en culturele tolerantie is geweest. Gevraagd door The New York Times over zijn houding ten opzichte van de Turkse regering, antwoordde  Gülen , “Ik heb altijd aan de kant van de rechtsstaat gestaan en ik geloof ook in het belang van het delen van goede ideeën met de bewindvoerders van de staat, die een toekomst voor het land beloven. Dienovereenkomstig, ongeacht wie de leiding heeft, probeer ik respect te betuigen aan die staatslieden, houd een redelijke mate van nabijheid en koester een positieve houding ten opzichte van hen”. Hij heeft ook gewezen op het belang van het behoud van een gezonde burgermaatschappij buiten de controle van de staat om. Privéscholen, particuliere ondernemingen, vrijwilligerswerk – dat waren de instellingen die Turkije nodig heeft als Turkije zijn traditioneel inclusieve cultuur wenst te behouden.

Gülen’s theologie ging hand in hand met de kapitalistische revolutie van Turkije, die werd aangewakkerd door economische deregulering in de jaren ‘80. Nieuwe ondernemers van het land waren vrome moslims die op basis van Gülen’s leer hun omarming van het vrije ondernemerschap, sterke democratische instellingen, en de dialoog en handel met andere religies en etnische groepen te rechtvaardigen. Gülen, op zijn beurt, drong bij deze nieuwe kapitalistische klasse aan om hard te werken en te slagen – niet voor persoonlijk gewin, maar om het geestelijk welzijn van de samenleving te verbeteren. De profeet Mohammed was ook een koopman, herinnerde hij hen.

Gülen heeft laten zien dat hij zal weigeren zich te laten intimideren, maar het is nog steeds een open vraag of zijn beweging niet aflatende campagne van de AKP tegen haar kan weerstaan.

VERSTANDSHUWELIJK

Het mag dan ook geen verrassing zijn dat de Gülen beweging een potentiële bondgenoot zag in Erdoğan’s AKP partij. In 2002, onder de AKP vlag, sprak Erdoğan zich uit ten gunste van een grotere religieuze en economische vrijheden. Net als de AKP, had de Gülen beweging het leger en de oude seculiere economische elite beschreven als belemmeringen voor die vrijheden. Hoewel de Gülenisten nooit een expliciete goedkeuring hebben aangeboden, leek zij enthousiast om samen te werken met de AKP. Nadat Erdoğan had gewonnen, steunde de AKP (evenals de ambtenaren van het ministerie van Justitie van wie gezegd wordt dat ze aangesloten zijn bij de Gülenisten) een reeks rechtszaken waardoor honderden militairen en zakenlieden in de gevangenis belandden. (Hoewel er vele gebreken in de methoden van de rechtszaken waren, lag de schuld voornamelijk op de schouders van de AKP, die als enige bevoegd was om de zaken te leiden.)

Maar de alliantie duurde niet lang. De AKP en de Gülenisten hebben fundamenteel verschillende opvattingen over de Turkse identiteit en hoe die zich verhoudt tot de islam. De AKP heeft haar wortels in de ideologie van de ‘Nationale Visie van Turkije’, die oorspronkelijk werd voorgestaan door voormalige Turkse premier Necmettin Erbakan in zijn manifest Milli Görüs (Nationale Visie), gepubliceerd in 1969. Erbakan stelde dat Turkije zich van het Westen weg moest draaien en een politieke, economische en militaire unie smeden met moslimlanden. Volgens deze opvatting geniet de nationale kracht, vooral uitgedrukt in conflict met het Westen, een grotere prioriteit dan gezonde democratische instellingen. Erbakan is nog steeds een duidelijke bron van inspiratie voor de AKP in het algemeen en voor Erdoğan in het bijzonder. Toen Erbakan overleed in 2011, onderbrak Erdoğan een reis naar Europa om zich te haasten voor zijn begrafenis , bijgewoond door honderdduizenden in Istanbul. Duitslands meest invloedrijke Turkse islamitische organisatie is een Milli Görüs gemeenschap die Erdoğan heeft aangemoedigd om westerse assimilatie te weerstaan, in overeenstemming met de leer van Erbakan.

Voorspelbaar als het is, botsten Hizmet en de AKP met elkaar over oorlogszuchtige buitenlandse politiek en ondemocratische binnenlandse manoeuvres van Erdoğan. Toen een Turkse NGO had geprobeerd om Israëlische blokkade van Gaza te doorbreken en geconfronteerd werd door de Israëlische marine (resulterend in negen doden), reageerde Erdoğan door Israël te beschuldigen van terrorisme en genocide. Gülen reageerde op Erdoğan’s strijdlust, door deze niet “vruchtbaar” te noemen, en voegde eraan toe dat hij Israël om toestemming had moeten vragen voor zijn goede doelen als hij de bevolking van Gaza wil helpen.

Een ander punt van geschil was Turkije’s relatie met de Europese Unie geweest. Als een sterke voorstander van nauwere banden met Europa, werd de Gülen beweging gefrustreerd door Erdoğan’s terughoudendheid om meer serieuze toetredingsonderhandelingen met de EU te voeren. Het door Erdoğan gevoerde beleid, zoals de wetgeving die toegang tot internet beperkt en het verminderen van de onafhankelijkheid van de openbare aanklagers, die lijken bedoeld om EU-functionarissen tegen te werken. Gülenisten zijn ook bezorgd over de steun van Erdoğan aan de Egyptische Moslim Broederschap.

Vrijheid van meningsuiting is altijd een punt van kritiek geweest voor de Gülen beweging, zo heeft zij zich ook uitgesproken tegen Erdoğan’s vervolging van journalisten en zijn bredere minachting voor democratische dialoog. Volgens het ‘Committee to Protect Journalists’ heeft Turkije meer journalisten opgesloten in de afgelopen twee jaar dan enig ander land in de wereld. (Iran en China volgen Turkije op de hielen.) Gülen sympathisant Alp Aslandogan, voorzitter van de New York-gebaseerde Alliantie voor gedeelde waarden, een non-profit koepelorganisatie voor de bij Hizmet aangesloten groepen, vertelde over de “intimidatie, inspecties en boetes” waarmee de uitgevers nu geconfronteerd worden. “Media groep eigenaren krijgen te maken met bedreigingen voor hun bedrijven. Nooit heeft in de Turkse geschiedenis een enkele persoon of partij een dergelijk niveau van mediaonderdanigheid bereikt”.

De reactie van Erdoğan op de Gezi Park protesten van afgelopen zomer moet bijzonder problematisch zijn geweest voor de Gülenisten. In zekere zin was, de diverse groep van demonstranten, die oorspronkelijk verzameld zijn om tegen de sloop van een park in Istanbul te demonstreren, het soort model dat zich bezighoudt met pluralistische maatschappelijke organisaties hetgeen door Gülenisten gepropageerd wordt. Erdoğan had besloten om de politie te gelasten de protesten met geweld te verjagen, wat resulteerde in dagen van gewelddadige confrontatie. Gülen legde de schuld bij Erdoğan voor het niet bij voorbaat luisteren naar de eisen van de demonstranten. Dat lijkt Erdoğan te hebben overtuigd om direct de oorlog te verklaren aan de Gülen beweging. In september kondigde Erdoğan aan dat de regering van plan was om alle particuliere scholen die de studenten helpen bij het voorbereiden op universitaire examens te sluiten: de Gülen beweging runt ongeveer 20 procent van deze scholen in Turkije en zij vertegenwoordigen een belangrijke bron van inkomsten, maar ook een van de belangrijkste manieren waarop Gülen’s ideeën aan het publiek worden geïntroduceerd.

Erdoğan en de AKP hebben zich voorgenomen om de beweging van Gülen af te schilderen als een op macht beluste samenzwering. Maar er is weinig bewijs voor een onderliggende drang naar macht van de Gülenisten. De beweging is trouw gebleven aan haar leringen door enorme financiële middelen en aandacht voor lopende scholen, liefdadigheidsorganisaties, en mediaorganisaties, in Turkije en in het buitenland te besteden. Gülenisten hebben geen gezamenlijke druk uitgeoefend om de AKP te infiltreren of een zetel in het parlement voor hun eigen leden te bemachtigen. Gülenisten hebben regelmatig de corruptie van de AKP aan de kaak gesteld als een schending van de islamitische ethiek en Hizmet principes. Er is geen reden om aan te nemen dat deze kritiek tegen de nominale waarde is.

Gülen heeft laten zien dat hij zal weigeren zich te laten intimideren, maar het is nog steeds een open vraag of zijn beweging de niet aflatende campagne van de AKP tegen haar kan weerstaan. Erdoğan is duidelijk van plan om de Gülen beweging te marginaliseren, zelfs ten koste van de rechtsstaat in Turkije. Deze week heeft president Abdullah Gul een wet ondertekend die de overheid toestaat om, zonder een gerechtelijk bevel, de toegang tot een website te blokkeren. Vorige week nam het parlement een wetsvoorstel aan, waardoor de uitvoerende macht de volledige controle over de rechterlijke macht krijgt en de regering het recht geeft om willekeurig de openbare aanklagers te benoemen en te ontslaan.

Turkije zou duidelijk worden geschaad indien Gülen’s leringen over tolerantie en individuele rechten met succes zouden worden verlaten. Maar het verlies voor de islamitische cultuur zou een nog grotere tragedie zijn.

Verschenen in Foreign Affairs

De pijlers van de dialoog: Liefde, medeleven, tolerantie, en vergevingsgezindheid

De pijlers van de dialoog: Liefde, medeleven, tolerantie, en vergevingsgezindheid

Geschreven door Fethullah Gülen

Religie vraagt om liefde, medeleven, tolerantie en vergevingsgezindheid. Daarom  zou ik een paar woorden over deze fundamentele universele waarden willen zeggen.

Liefde is het meest essentiële element in elk bestaan, een stralend licht en een grote macht die alle weerstanden kan overwinnen. Het verheft elke ziel die de liefde in zich opneemt en bereidt haar voor op de reis naar de eeuwigheid. Zij die contact maken met de eeuwigheid door het werk van de liefde, nemen alle andere zielen in zich op door wat zij van de eeuwigheid ontvangen. Zij wijden hun leven aan deze heilige plicht en verdragen hier alle ontberingen voor. Zoals zij liefde uitspreken met hun laatste adem, zo ademen zij ook ‘liefde’ op de Dag des Oordeels.

Liefde is het meest essentiële element in elk bestaan, een stralend licht en een grote macht die alle weerstanden kan overwinnen.

Onbaatzuchtigheid, een verheven menselijk gevoel, brengt liefde voort. Diegene die het grootste aandeel in deze liefde heeft, en gevoelens van haat en wrok heeft uitgeroeid, is de grote held van het mensdom. Zulke helden blijven leven, zelfs na hun dood. Deze verheven zielen, wier dagelijkse licht een nieuwe toorts van liefde in hun innerlijke wereld brengt en wier harten een bron van liefde en onbaatzuchtigheid zijn, worden verwelkomd en zijn geliefd bij mensen. Zij ontvangen het recht van het eeuwige leven van het verheven Hof. Zelfs de dood of de Dag Des Oordeels kunnen hun sporen niet wissen. Liefde, de meest directe weg naar iemands hart, is de weg van de Profeet. Diegenen die deze weg volgen, worden niet afgewezen. Ook al worden zij door sommigen afgewezen, de meeste anderen verwelkomen hen. Als zij eenmaal verwelkomd zijn door de liefde, weerhoudt niets hen ervan hun doel te bereiken.

Alles spreekt van en belooft medeleven. Daarom kan het heelal worden beschouwd als een symfonie van mededogen. Een menselijk wezen moet mededogen tonen met alle levende wezens, want dit is een voorwaarde voor het mens-zijn. Hoe meer mensen mededogen tonen, hoe verhevener zij worden: hoe meer zij hun toevlucht zoeken in onderdrukking en wreedheden, hoe meer zij te schande worden gemaakt en vernederd. Zij worden de schande van de mensheid.

Profeet Mohammed vertelt dat een prostituee naar het Paradijs gaat omdat zij een van de dorst stervende hond te drinken heeft gegeven, terwijl een andere vrouw naar de Hel gaat omdat zij een kat die verhongerde, liet sterven.

Jezus zei tot een menigte mensen die enthousiast een vrouw wilden stenigen: “Als iemand van jullie zonder zonden is, laat hem de eerste steen gooien”

Vergeven is een grote deugd. Vergiffenis kan niet afzonderlijk van deugd worden beschouwd en deugd niet los van vergiffenis. Iedereen kent het spreekwoord ‘Jonge mensen maken fouten, het is aan de ouderen om hen te vergeven’. Hoe waar!
‘Vergeven worden’ betekent herstel, een terugkeer naar de essentie en zichzelf hervinden. Om deze reden is volgens de Oneindige Genade de meest prettige activiteit die tussen de hartkloppingen van deze terugkeer en dit onderzoek wordt nagestreefd.
Alle wezens, bezield en onbezield, werden geleid naar vergiffenis door de mensheid. Zoals God zijn eigenschappen van vergiffenis aan individuele menselijke wezens toont, zo legt hij de schoonheid van het vergeven in hun harten. Terwijl Adam, de eerste mens, zijn essentie een slag toebracht door te vallen, iets wat op de een of andere manier een menselijke eigenschap is, schonk  God hem vergiffenis en verhief hem tot het Profeetschap.

Wanneer mensen zich vergissen, beslag leggen op de magische verrukking van het streven naar vergiffenis en het overwinnen van de schande van persoonlijke zonde en de resulterende wanhoop, dan bereiken zij de oneindige genade en overzien zij de zonde van anderen.

Jezus zei tot een menigte mensen die enthousiast een vrouw wilden stenigen: “Als iemand van jullie zonder zonden is, laat hem de eerste steen gooien”. Kan iemand die deze uitspraak begrijpt een ander stenigen, ook al komt hij of zij zelf in aanmerking om gestenigd te worden? Als alleen al diegenen die anderen vragen een bepaalde beproeving te ondergaan dit zouden begrijpen!

Kwaadaardigheid en haat zijn de zaden van de Hel die door het Kwaad onder de mensen wordt verspreid. In tegenstelling tot hen die zulk kwaad aanmoedigen en het land in een kuil van kwaad veranderen, zouden wij vergiffenis schenken aan hen wier problemen hen de afgrond in duwen. Zij die vergeven noch anderen tolereren, maakten de afgelopen paar eeuwen tot de meest afschrikwekkende van allemaal. Wanneer zulke mensen over onze toekomst moeten beslissen, dan zal het inderdaad een vreselijke tijd zijn. Het grootste geschenk dat de huidige generatie haar kinderen en kleinkinderen kan geven, is hen te leren hoe te vergeven, zelfs bij het wreedste gedrag en bij schokkende gebeurtenissen. Wij geloven dat vergiffenis en tolerantie de meeste van onze wonden zullen genezen, maar alleen als dit Hemelse instrument in handen is van hen die haar taal begrijpen.

Een prostituee die water aan een dorstige hond gaf, hervond zichzelf in een gang die tot de Hemel reikte..

Onze tolerantie zou zo breed moeten zijn, dat we onze ogen kunnen sluiten voor de fouten van anderen, respect kunnen tonen voor verschillende ideeën en alles vergeven wat vergeeflijk is. Zelfs wanneer onze onvervreemdbare rechten worden geschonden, zouden we de menselijke waarden moeten eerbiedigen en proberen rechtvaardigheid te stichten. Zelfs vóór de grofste gedachten en de wreedste ideeën, met een voorziene voorzichtigheid en zonder over te koken, zouden wij moeten antwoorden met een mildheid die in de Koran ‘zachte woorden’ wordt genoemd. Wij zouden dit zo moeten doen dat wij de harten van anderen kunnen raken door een weg te bewandelen die uit een teder hart, een zachte benadering en mild gedrag bestaat.

Wij zouden een dusdanig brede tolerantie moeten hebben dat wij van tegenstrijdige ideeën kunnen profiteren. Ook al wordt ons niets gezegd, wij moeten ons hart, onze geest en ons bewustzijn in goede gezondheid houden.
Tolerantie, wat wij soms gebruiken in plaats van respect en genade, vrijgevigheid en verdraagzaamheid, is het meest essentiële element van morele systemen. Het is ook een zeer belangrijke bron van geestelijke discipline en een hemelse deugd voor mannen en vrouwen. Met tolerantie, bereiken gelovigen een nieuwe diepgang, reiken zij uit naar oneindigheid en krimpen vergissingen en fouten in tot een bagatel. Zowaar de behandeling van Hem die is voorbij tijd en ruimte, passeert altijd het prisma van tolerantie, en wij wachten op de omhelzing.

Deze omhelzing is zo groots dat een prostituee die water aan een dorstige hond gaf, de kloppers van de ‘Deur van Genade’ raakte en zichzelf hervond in een gang die tot Hemel reikte. Wegens de diepe liefde die hij voor God en Zijn Boodschapper heeft gevoeld, bevrijdde een alcoholist zich en werd plotseling een metgezel van de Profeet. En en moordenaar werd, met de kleinste der Goddelijke gunsten, gered van zijn monsterlijke psychose, en werd verheven naar het hoogste niveau, dat zijn natuurlijke capaciteit verre overtrof.

Onze tolerantie zou zo breed moeten zijn, dat we onze ogen kunnen sluiten voor de fouten van anderen, respect kunnen tonen voor verschillende ideeën en alles vergeven wat vergeeflijk is..

Wij willen dat iedereen ons door deze lens bekijkt, en we verwachten dat de winden van vergiffenis en gratie constant om ons heen blazen.

Wij willen allemaal dat ons verleden en ons heden verwijzen naar tolerantie en verdraagzaamheid, wat ons transformeert en zuivert, zodat wij zonder angst de toekomst tegemoet kunnen zien. Wij willen niet dat ons verleden wordt bekritiseerd of onze toekomst vanwege het heden verduisterd wordt.

Wij verwachten liefde en eerbied, hoop op tolerantie en vergiffenis, en willen met een gevoel van vrijheid en affectie worden omhelsd. Wij verwachten tolerantie en vergiffenis van onze ouders als reactie op ons kwalijk gedrag thuis, van onze leraren als reactie op onze misdragingen op school, van de onschuldige slachtoffers van onze onrechtvaardigheid en onderdrukking, van de rechter en de aanklager in het hof en van de Rechter der Rechters (God) in de hoogste rechtbank.