Jeugd en ridderlijkheid

Notice: Undefined index: dirname in /www/wp-content/themes/greenearth/include/plugin/filosofo-image/filosofo-custom-image-sizes.php on line 135 Notice: Undefined index: extension in /www/wp-content/themes/greenearth/include/plugin/filosofo-image/filosofo-custom-image-sizes.php on line 136

Geschreven door M. Fethullah Gülen

Zij waren jongemannen die geloofden in hun Heer, en Wij gaven hen meer begeleiding. En Wij versterkten hun harten toen zij opgroeiden en verklaarden: Onze Heer is de Heer van de hemelen en de Aarde; wij zullen geen andere god aanroepen dan alleen Hem, of wij zouden een zonde begaan.

Futuwwa, omschreven als jeugd en ridderlijkheid, is in feite een combinatie van deugdelijkheden als gulheid, vrijgevigheid, bescheidenheid, gedienstigheid, betrouwbaarheid, loyaliteit, barmhartigheid, kennis, nederigheid en vroomheid. Het is een halte op de weg naar God en een aspect van heiligheid, en het geeft bovendien aan dat altruïsme en het helpen van anderen iemands tweede natuur zijn geworden. Het is een belangrijk, onvervangbaar aspect van goed gedrag en een significant aspect van menselijkheid.

Afgeleid van fata’ (jongeman) is futuwwa verworden tot symbool van rebellie tegen al het kwaad, en van de poging tot oprechte dienstbaarheid naar God; het volgende vers verklaart dit nader:

Zij waren jongemannen die geloofden in hun Heer, en Wij gaven hen meer begeleiding. En Wij versterkten hun harten toen zij opgroeiden en verklaarden: Onze Heer is de Heer van de hemelen en de Aarde; wij zullen geen andere god aanroepen dan alleen Hem, of wij zouden een zonde begaan. (18:14)

Het vers, Wij hoorden de jongere praten over hen (de idolen); hij heet Abraham (21:60), geeft de positie en de invloed weer van iemand die de perfecte futuwwa heeft bereikt in zijn of haar gemeenschap, iemand die de mensheid naar de waarheid wil begeleiden. In tegenstelling waren de jongemannen in de verzen: Met hem kwamen er twee jonge mannen in de gevangenis (12:36) en: (Joseph) gebood zijn jonge (dienaren) hun koopwaar (waarmee zij hadden gehandeld) in hun zadeltassen te doen (12:62), gewone jongemannen zonder ridderlijkheid.

Daar velen hebben geschreven of gepraat over Futuwwa sinds Het Tijdperk van Geluk, is het concept op vele manieren uitgelegd: het niet verachten van de armen en het niet in de luren worden gelegd door de rijken; eerlijk zijn tegen iedereen zonder hetzelfde terug te verwachten; een ongenadige vijand zijn van het vleselijke zelf; immer bezig zijn voor anderen, leven voor anderen; alle idolen en alles waarmee wordt gedweept uit het leven verbannen, en opkomen tegen bedrog om volledig toegewijd te zijn aan God Almachtig; het verdragen van al het kwaad wat men wordt aangedaan, maar steigeren wanneer de rechten van God worden geschonden; een leven lang spijt hebben van zelfs de kleinste zonden, maar zonden van anderen over het hoofd zien, ongeacht de grootte ervan; zichzelf beschouwen als een arme, nietsbetekenende dienaar en anderen als heilig beschouwen; anderen niet verachten en relaties hebben met anderen die jou verachten; vriendelijk zijn naar degenen die jou pijn doen; het eerst dienen van God en de mensen, en anderen voorlaten wanneer het tijd is om de beloning te ontvangen.

Er zijn er die futuwwa samenvatten in de vier deugdzaamheden genoemd door Haydar Karrar Ali, de vierde Kalief en neef van de Profeet, mogen vrede en zegeningen rusten op hem. Dit zijn: vergeven wanneer men zou kunnen straffen, behouden van mildheid, en mild en vriendelijk reageren wanneer men boos is, vijanden het beste wensen en goed zijn voor hen, en eerst rekening houden met het welzijn en geluk van anderen, zelfs wanneer men zelf in nood is.

Ali was één van de grootste vertegenwoordigers van futuwwa. Toen hij neergestoken werd door Ibn Muljam terwijl hij het ochtendgebed leidde in de moskee, vroegen zijn kinderen, die zagen dat hun vader ging sterven, wat hij wilde dat ze met Ibn Muljam deden. Hij eiste geen executie uit wraak. Tijdens een gevecht, gooide Ali zijn vijand op de grond. Vervolgens liet hij hem vrij. Toen Ali op het punt stond deze man te doden, spuugde hij in Ali’s gezicht. Het maakte Ali kwaad en uit angst dat zijn motieven om de man te doden nu verward en onzuiver waren, liet hij de man vrij. Hij voelde oprecht verdriet toen Zubayr ibn Awwam, een vooraanstaande Metgezel en zijn vijand in de Strijd om de Kameel, gedood werd. Omdat hij altijd eerst aan anderen en dan pas aan zichzelf dacht, zelfs wanneer hij in nood was, droeg hij meestal zomerkleren in de winter en rilde van de kou (omdat hij zijn winterkleren weggaf). Er werd over hem gezegd dat er geen tweede jongeman beston die zo welgemanierd was als Ali, en dat er geen tweede zwaard bestond als Dhu al-Fiqar (Ali’s zwaard). Ali woonde bij de Profeet, mogen vrede en zegeningen op hem rusten, en werd door hem opgevoed. Hij leidde een volledig eerlijk en zuiver leven zonder enige zonde of schande, en was de belichaming van Gods antwoord aan Profeet Mozes, vrede zij met hem, over futuwwa: het betekent dat je in staat bent om jouw ´zelf´ aan Mij terug te geven, even puur als jij jouw ´zelf´ van Mij hebt gekregen.

Men spreekt van fata’ (jong, welgemanierd persoon) wanneer een persoon, geschapen met de potentie om de Goddelijke Eenheid en Islam te aanvaarden, volledig overtuigd is van de Goddelijke Eenheid; dit stimuleert hem of haar om te leven volgens de voorwaarden van deze overtuiging; dat hij of zij zonder bevangen te worden door vleselijke lusten, een puur, spiritueel leven leidt; en dat hij of zij altijd streeft naar het behagen van God met zijn of haar daden, gedachten, en gevoelens. Degene die geen afstand kan bewaren tot de verleidingen van het lichamelijke zelf, Satan, lusten, wereldse liefde, of zich hecht aan het aardse leven, zal niet op kunnen klimmen tot de top van futuwwa.

Futuwwa is een parel die bereikt wordt door te klimmen hoger dan
De “allerhoogste bergen van de wereld”;
Wat hebben zij die van vermoeidheid vallen, zelfs op een vlakke weg
Van doen met zulk een zuivere parel?

Opmerkingen

1. Ibn al-Athir, Usd al-Ghaba, 4:118.
2. Shamsaddin Sivasi, Manaqib Jiharyar Guzin, 258.
3. Al-Haythami, Majma’ al-Zawa’id, 9:150.
4. Ibid., 9:122.
5. ‘Ali al-Qari, Al-Asrar al-Marfu’a fi akhbar al-Mawdu’a (Beirut, 1986), 367.

Over de auteur

Laat een reactie achter

*

Lees meer:
De Reis voorbij het Wezenlijke

  Voor het laatst bijgewerkt op woensdag 14 juni 2006 14:00 door Fethullah Gülen, maandag 17 september 2001 11:16 O...

Sluiten